Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] te Nijverdal, eiser,
de Minister van Defensie,
Procesverloop
Overwegingen
Onderdeel J
Rechtbank Overijssel
Eiser, geboren in 1961, kreeg eervol ontslag bij Defensie en een GMI-uitkering toegekend tot zijn 65e verjaardag. Hij maakte bezwaar tegen de einddatum omdat de AOW-leeftijd op dat moment 67 jaar was, waardoor hij tussen 65 en 67 jaar geen uitkering zou ontvangen.
De rechtbank stelt vast dat het GMI geen inkomensvervangende uitkering is, maar een afkoopregeling die wordt toegekend wanneer iemand zelf ontslag neemt. De einddatum is volgens het Besluit bovenwettelijke uitkeringen bij werkloosheid voor de sector Defensie (BWDEF) gekoppeld aan de pensioengerechtigde leeftijd, die op 65 jaar is vastgesteld.
De rechtbank wijst het beroep af omdat het GMI niet bedoeld is om het AOW-gat te dichten en eiser dit kan opvangen via het keuzepensioen van het ABP. Ook is het arrest van het Europees Hof van Justitie over wachtgeld niet van toepassing omdat aan eiser geen arbeidsmarktverplichtingen zijn opgelegd.
De rechtbank concludeert dat verweerder het GMI correct heeft toegekend tot de 65-jarige leeftijd van eiser en verklaart het beroep ongegrond. Er is geen aanleiding voor proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en het GMI eindigt bij het bereiken van de 65-jarige leeftijd.