ECLI:NL:RBOVE:2015:3759
Rechtbank Overijssel
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijdrage moeder in studiekosten meerderjarige dochter op grond van echtscheidingsconvenant en behoeftigheid
De rechtbank Overijssel behandelde een verzoek van een bijna 24-jarige dochter die een bijdrage van haar moeder wilde afdwingen voor haar studiekosten. De dochter baseerde haar vordering op artikel 1:392 BW Pro en het echtscheidingsconvenant tussen haar ouders. Zij stelde behoeftig te zijn vanwege haar dyslexie en het feit dat zij naast haar studie niet kan werken.
De rechtbank oordeelde dat de wettelijke onderhoudsplicht na het 21e levensjaar eindigt, tenzij sprake is van behoeftigheid. Gezien haar leeftijd en afgeronde opleiding achtte de rechtbank haar niet behoeftig. De dochter kan geacht worden in haar levensonderhoud te voorzien door arbeid.
Daarnaast werd het echtscheidingsconvenant uitgelegd volgens het Haviltex-criterium. De rechtbank concludeerde dat het convenant slechts betrekking heeft op één beroepsopleiding en niet op eventuele vervolgstudies. De moeder is daarom niet gehouden bij te dragen aan de huidige HBO-opleiding van de dochter.
De verzoeken van de dochter werden afgewezen en de proceskosten werden gecompenseerd, waarbij ieder zijn eigen kosten draagt.
Uitkomst: Het verzoek van de dochter om bijdrage in studiekosten door de moeder wordt afgewezen wegens gebrek aan behoeftigheid en beperkte strekking van het echtscheidingsconvenant.