Eiseres was aanvankelijk tijdelijk aangesteld bij het waterschap Regge en Dinkel en later voortgezet via een payrollovereenkomst met POSG, die in opdracht van het waterschap werd gesloten. Verweerder stelde dat eiseres geen vaste aanstelling had en verklaarde haar bezwaar niet-ontvankelijk omdat zij geen ambtenaar zou zijn.
De rechtbank oordeelt dat de situatie van eiseres voldoet aan de voorwaarden van artikel 2.1.4 van de Sectorale Arbeidsvoorwaardenregelingen Waterschapspersoneel (SAW) voor het ontstaan van een vaste aanstelling na meerdere tijdelijke aanstellingen. De payrollovereenkomst is volgens de rechtbank gebruikt om de wettelijke waarborg op een vaste aanstelling te omzeilen, wat geen aanvaardbaar doel is.
Daarom kwalificeert de mededeling van verweerder als een besluit waartegen bezwaar mogelijk is. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit, herroept het primaire besluit en verklaart dat eiseres een vaste aanstelling bij het waterschap Vechtstromen heeft. Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.