ECLI:NL:RBOVE:2015:4583
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot afwijkende meetfrequentie lozing afvalwater in zuiveringsheffing
Eiseres, een soesjesbakkerij, voerde beroep aan tegen het besluit van de heffingsambtenaar van het GBLT dat zij voor de zuiveringsheffing in 2014 verplicht was tot permanente meting, bemonstering en analyse van afvalwaterlozing. Eiseres wilde volstaan met meting in een beperkt aantal alternerende etmalen, gebaseerd op een lage variatiecoëfficiënt uit eigen meetweken.
De rechtbank overweegt dat de heffingsambtenaar op grond van de Verordening zuiveringsheffing Waterschap Vallei en Veluwe en de daarop gebaseerde richtlijnen terecht heeft vastgesteld dat er geen voldoende constante relatie bestaat tussen meetweken en de hoeveelheid ingenomen water. De ambtshalve uitgevoerde meetweek door verweerder toonde een hogere variatiecoëfficiënt, wat het verzoek van eiseres ondermijnt.
Eiseres stelde dat de richtlijnen onverbindend zijn wegens ongelijke behandeling binnen het GBLT-gebied, dat het investerings- en exploitatiekostenverhaal onevenredig is, en dat zij bewijsnood heeft door het ontbreken van contra-analysemogelijkheden. De rechtbank verwierp deze gronden, oordeelde dat de richtlijnen passend zijn, dat eiseres onvoldoende onderbouwing gaf voor financiële nood, en dat het ambtshalve onderzoek volgens voorschriften is uitgevoerd.
De rechtbank concludeert dat het besluit tot permanente meting terecht is genomen en verklaart het beroep ongegrond. Er is geen aanleiding voor proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de verplichting tot permanente meting van afvalwaterlozing wordt ongegrond verklaard.