Uitspraak
Rechtbank Overijssel
1.Het onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.De vordering van de officier van justitie
4.De voorvragen
5.De beoordeling van het bewijs
uitsluitendis gebruikt voor een ander doel, te weten voor het verrichten van opsporingshandelingen dan waarvoor deze is verleend.
6.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2, onder C van de Opiumwet gegeven verbod.
7.De strafbaarheid van de verdachte
8.De op te leggen straf of maatregel
9.De toegepaste wettelijke voorschriften
10.De beslissing
- verklaart niet bewezen dat verdachte het sub 1 en sub 3 tenlastegelegde heeft begaan en spreekt hem daarvan vrij;
- verklaart bewezen, dat verdachte het sub 2 tenlastegelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;
- verklaart niet bewezen wat aan verdachte sub 2 meer of anders is tenlastegelegd en spreekt hem daarvan in zoverre vrij;
- verklaart het bewezenverklaarde strafbaar;
- verklaart dat het bewezenverklaarde het volgende strafbare feit oplevert:
- veroordeelt verdachte tot een
- beveelt, voor het geval dat de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, dat
- beveelt dat de tijd die de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de taakstraf in mindering wordt gebracht, waarbij als maatstaf geldt dat voor de eerste 60 in verzekering of voorlopige hechtenis doorgebrachte dagen, twee uren en voor de resterende dagen één uur per dag aftrek plaatsvindt;
- verklaart onttrokken aan het verkeer de onder verdachte inbeslaggenomen verdovende middelen;
- gelast de teruggave van het in beslag genomen geldbedrag van € 5.045,-- aan verdachte;