Eiser verzocht de gemeente Deventer handhavend op te treden tegen een stalconstructie en overlast van pony’s op een naastgelegen perceel. De gemeente weigerde dit op grond van onvoldoende bewijs van overtredingen en onvoldoende hinder. De rechtbank oordeelt dat het verslag van de hoorzitting niet voldoet aan de vereisten van de Awb en dat de gemeente onvoldoende onderzoek heeft verricht, met name omtrent geluidsoverlast en weersafhankelijke hinder. Tevens is de motivering van het besluit onvoldoende.
De rechtbank stelt dat de gemeente niet verplicht was tot een volledig bouwkundig onderzoek, maar wel tot nader onderzoek bij concrete aanwijzingen. De enkele controle bij nat weer was onvoldoende om hinder uit te sluiten. De geluidsoverlast van pony’s in de aan eiser grenzende stal is niet onderzocht, wat strijdig is met de zorgvuldigheidseisen.
Het beroep wordt gegrond verklaard, het besluit vernietigd en de gemeente opgedragen het bezwaar opnieuw te behandelen met aanvullend onderzoek. Tevens wordt de gemeente veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten van eiser.