Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
uitspraak van de meervoudige kamer in het geschil tussen
[eiser] ,eiser,te Nijverdal, hierna aan te duiden als eisers,
Rechtbank Overijssel
Eisers, onvrijwillig kinderloos, ontvingen in 2011 beginseltoestemming voor de adoptie van een buitenlands kind. Na een anonieme melding in 2012 werd een aanvullend onderzoek ingesteld, waarna de toestemming in 2013 werd ingetrokken. Eisers maakten bezwaar, dat in 2014 door de rechtbank werd toegewezen en het besluit vernietigd. Vervolgens werd een nieuw onderzoek uitgevoerd, resulterend in een negatief advies van de Raad voor de Kinderbescherming (RvdK) in 2015. Verweerder verklaarde het bezwaar opnieuw ongegrond.
De rechtbank oordeelt dat de intrekking van de beginseltoestemming terecht is gebaseerd op het advies van de RvdK, dat zorgvuldig tot stand is gekomen en deugdelijke motivering bevat. Het advies weegt beschermende factoren zoals een liefdevol gezinsklimaat af tegen risicofactoren zoals beperkte lichamelijke en psychische draagkracht en een verstoorde familieverhouding. De verklaringen van artsen die eisers steunden, weerleggen het advies niet.
De rechtbank concludeert dat verweerder het advies van de RvdK terecht heeft gevolgd en dat het bestreden besluit in stand kan blijven. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking van de beginseltoestemming voor adoptie wordt ongegrond verklaard en het besluit gehandhaafd.