Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
[naam 2], te Hengelo, (vergunninghouder).
Rechtbank Overijssel
Verzoekster heeft bezwaar gemaakt tegen de omgevingsvergunning die het college van burgemeester en wethouders van Hengelo heeft verleend voor het veranderen en vergroten van een horecagelegenheid aan een adres in Hengelo. Het bezwaar is ongegrond verklaard, waarna verzoekster beroep instelde en tevens een voorlopige voorziening vroeg om de vergunning te schorsen.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de vergunning terecht is verleend met toepassing van een combinatie van onderdelen van artikel 4, lid 9 en lid 1 van bijlage II van het Besluit omgevingsrecht (Bor). De vergunning betreft een gebruiksverandering van bestaande panden en een beperkte uitbreiding van het bebouwde oppervlak, hetgeen volgens de rechter binnen de reguliere voorbereidingsprocedure past.
De belangenafweging door het college, mede met betrekking tot de Horecavisie en andere beleidsnota's, is voldoende gemotiveerd en niet in strijd met een goede ruimtelijke ordening. Ook de vermeende toename van horecaoppervlakte en het onttrekken van woningen aan het centrum rechtvaardigt geen andere beoordeling.
De voorzieningenrechter wijst het verzoek af en ziet geen aanleiding om in deze voorlopige voorziening ook in het onderliggende beroepsproces te beslissen. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de omgevingsvergunning voor horeca-uitbreiding wordt afgewezen.