ECLI:NL:RBOVE:2015:5763

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
16 december 2015
Publicatiedatum
6 januari 2016
Zaaknummer
C/08/174841 / HA ZA 15-392
Instantie
Rechtbank Overijssel
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • J.H. van der Veer
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 217 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toelating van voeging van gefailleerde en echtgenote in renvooiprocedure inzake verificatie vordering

Op 8 januari 2014 is de gefailleerde in staat van faillissement verklaard en is mr. P. Gorter benoemd tot curator. SNS Bank heeft een vordering van € 25.748,60 ingediend uit hoofde van een doorlopend krediet. Tijdens de verificatievergadering op 31 juli 2015 heeft de curator de vordering betwist, waarna de rechter-commissaris de zaak verwees naar een renvooiprocedure.

De gefailleerde en zijn echtgenote vorderen zich te mogen voegen in deze procedure omdat zij belang hebben bij de uitkomst, aangezien zij mogelijk hoofdelijk aansprakelijk kunnen worden gesteld voor de vordering. De rechtbank overweegt dat voeging mogelijk is indien het belang van de voeging kan worden aangetoond en dat het doel is om te voorkomen dat na faillissement een aparte procedure nodig is.

De rechtbank concludeert dat de gefailleerde en zijn echtgenote belang hebben bij voeging en staat hun toe zich te voegen. Tevens veroordeelt de rechtbank SNS Bank in de kosten van het incident en bepaalt dat de zaak op 27 januari 2016 wordt voortgezet voor het nemen van conclusies van antwoord.

Uitkomst: De rechtbank staat de voeging van de gefailleerde en zijn echtgenote toe en veroordeelt SNS Bank in de kosten van het incident.

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team kanton en handelsrecht
Zittingsplaats Almelo
zaaknummer / rolnummer: C/08/174841 / HA ZA 15-392
Vonnis in incident van 16 december 2015
in de zaak van
naamloze vennootschap
SNS BANK N.V.,
gevestigd te Utrecht,
eiseres tot verificatie,
verweerster in het incident,
advocaat mr. K. Heemrood-van Dijk te Utrecht,
tegen
PATRICK GORTER
in hoedanigheid van curator in het faillissement van
[gedaagde 1] ,
wonende te Enschede,
verweerder tot verificatie,
verweerder in het incident,
advocaat mr. P. Gorter te Enschede,
en

1.[gedaagde 1] ,

wonende te [woonplaats] ,
2.
[gedaagde 2],
wonende te [woonplaats] ,
eisers in het incident,
advocaat mr. S. Enkelaar te Enschede.
Partijen zullen hierna SNS Bank, Gorter q.q. en [gedaagde 1 c.s.] , dan wel afzonderlijk [gedaagde 1 c.s.] en [gedaagde 2] genoemd worden.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • het proces-verbaal van de verificatievergadering, gehouden op 31 juli 2015;
  • de eis tot verificatie;
  • de incidentele conclusie tot interventie van [gedaagde 1 c.s.] ;
  • de incidentele conclusie van antwoord van SNS Bank;
  • de incidentele conclusie van antwoord van Gorter q.q..
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald in het incident.

2.De beoordeling in het incident

2.1.
Op 8 januari 2014 is [gedaagde 1 c.s.] in staat van faillissement verklaard met benoeming van mr. P. Gorter (hierna: Gorter q.q.) tot curator.
2.2.
Bij brief van 10 januari 2014 heeft SNS Bank een vordering op [gedaagde 1 c.s.] bij
Gorter q.q. ingediend. De vordering betrof een bedrag van € 25.748,60 uit hoofde van een door de SNS Bank verstrekt doorlopend krediet op rekeningnummer
NL 88 SNSB 0852400624.
2.3
Op 31 juli 2015 heeft ten overstaan van de Rechtbank Overijssel, zittingsplaats Almelo, de verificatievergadering in het faillissement van [gedaagde 1 c.s.] plaatsgevonden, waarbij Gorter q.q. heeft volhard in de betwisting van de vordering.
2.4.
Vervolgens heeft de rechter-commissaris de zaak verwezen naar de onderhavige renvooiprocedure. In deze procedure heeft SNS Bank haar eis tot verificatie van haar vordering ingediend, met het verzoek om haar vordering alsnog te erkennen en op de lijst van erkende schuldeisers te plaatsen.
2.5.
In de onderhavige renvooiprocedure vordert [gedaagde 1 c.s.] dat hem wordt toegestaan zich in de renvooiprocedure te voegen. [gedaagde 1 c.s.] heeft aan zijn vordering ten grondslag gelegd dat bij het erkennen van de vordering van de SNS Bank op [gedaagde 1 c.s.] in privé door Gorter q.q., niet alleen [gedaagde 1 c.s.] , maar ook [gedaagde 2] , als de in gemeenschap van goederen getrouwde echtgenote, al dan niet hoofdelijk aansprakelijk kan worden gesteld voor de vordering van de SNS Bank. Daarom zijn beide echtelieden belanghebbende in de onderliggende procedure, aldus [gedaagde 1 c.s.] Nu de curator voornamelijk optreedt voor de gemeenschappelijk schuldeisers en niet, althans niet uitsluitend, voor de belangen van [gedaagde 1 c.s.] (de gefailleerde) en [gedaagde 2] , wensen [gedaagde 1 c.s.] en [gedaagde 2] zich beiden als interveniënten in de onderhavige procedure te voegen, teneinde zich tegen een mogelijke benadeling te verweren en tot ontzegging van eis te concluderen.
2.6.
SNS Bank voert verweer en Gorter q.q. refereert zich aan het oordeel van de rechtbank.
2.7.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.
2.8.
De rechtbank overweegt als volgt.
De tijdig gedane incidentele vordering tot voeging dient beoordeeld te worden aan de hand van het bepaalde in artikel 217 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv), op grond waarvan een ieder die een belang heeft bij een tussen partijen aanhangig geding, kan vorderen zich daarin te mogen voegen of daarin te mogen tussenkomen. Voor het aannemen van een belang tot voeging is voldoende dat een uitkomst van de procedure die ongunstig is voor de partij aan wier zijde de derde zich voegt, de rechtspositie van de derde nadelig kan beïnvloeden (vergelijk ECLI:NL:HR:2008:BC6692).
2.9.
Naar het oordeel van de rechtbank heeft [gedaagde 1 c.s.] belang bij voeging in de renvooiprocedure. Daarbij laat de rechtbank wegen dat het doel van het opnemen in het proces-verbaal van de verificatievergadering van de betwisting van de vordering door de gefailleerde erin is gelegen, dat de gefailleerde daarmee voorkomt dat de schuldeiser - ondanks de erkenning van de vordering door de curator - na opheffing van het faillissement een executoriale titel op de ex-gefailleerde heeft. De erkende schuldeiser dient, bij betwisting van de vordering door de gefailleerde, ná het faillissement een afzonderlijke procedure tegen de ex-gefailleerde te voeren om vast te stellen of hij al dan niet een vorderingsrecht op de ex-gefailleerde heeft. De ex-gefailleerde kan zich in die procedure tegen de vordering verweren.
2.10.
Of [gedaagde 1 c.s.] zich in het onderhavige geval na het faillissement tegen de vordering van SNS Bank op [gedaagde 1 c.s.] in privé in een afzonderlijke procedure kan verweren, is maar de vraag, nu de betwisting van de vordering door [gedaagde 1 c.s.] niet in het proces-verbaal van de verificatievergadering is opgenomen. Zowel [gedaagde 1 c.s.] als de curator stellen dat [gedaagde 1 c.s.] de vordering van SNS Bank heeft betwist. SNS Bank betwist dat met een beroep op het proces-verbaal van de verificatievergadering, hoewel zij niet bij de verificatievergadering aanwezig is geweest.
2.11.
In de vorenbeschreven gang van zaken ziet de rechtbank aanleiding om [gedaagde 1 c.s.]
- evenals [gedaagde 2] , die een afgeleid belang heeft - in de gelegenheid te stellen om zich in de renvooiprocedure te voegen. Een voordeel van deze werkwijze is dat voorkomen wordt dat het entameren van een tweede procedure na afloop van de faillissementsprocedure, nodig is.
2.12.
Gelet hierop zal de rechtbank de vordering toewijzen.
2.13.
De rechtbank overweegt over de kosten van het incident het volgende. Gelet op hetgeen de Hoge Raad in het arrest van 28 oktober 2011 (LJN: BQ6079) heeft geoordeeld, zal de rechtbank hierna bepalen dat SNS Bank zal worden veroordeeld in de kosten van het incident. De kosten aan de zijde van Gorter q.q. zullen worden begroot op nihil, nu Gorter q.q. zich heeft gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. De kosten aan de zijde van [gedaagde 1 c.s.] zullen worden begroot op € 452,--.

3.De beslissing

De rechtbank
in het incident
3.1.
staat [gedaagde 1 c.s.] toe zich in de renvooiprocedure aan de zijde van Gorter q.q. te voegen,
3.2.
veroordeelt SNS Bank in de kosten van het incident, aan de zijde van Gorter q.q. begroot op nihil en aan de zijde van [gedaagde 1 c.s.] tot op heden begroot op € 452,00,
3.3.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
in de hoofdzaak
3.4.
bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van
27 januari 2016voor het nemen van een conclusie van antwoord door Gorter q.q., [gedaagde 1 c.s.] en [gedaagde 2] .
Dit vonnis is gewezen door mr. J.H. van der Veer en in het openbaar uitgesproken op 16 december 2015.