ECLI:NL:RBOVE:2015:5823

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
30 september 2015
Publicatiedatum
1 maart 2016
Zaaknummer
4475669 \ EJ VERZ 15-367
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:671b lid 1 onderdeel a BWArt. 7:669 lid 3 onderdeel h BWArt. 7:671b lid 8 onderdeel a BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontbinding arbeidsovereenkomst wegens verstoorde arbeidsverhouding zonder herplaatsingsmogelijkheid

De werkgever, Stichting Keender, heeft bij de rechtbank Overijssel verzocht om ontbinding van de arbeidsovereenkomst met de werknemer op grond van een verstoorde arbeidsverhouding. De werknemer erkende de onherstelbare verstoring en het ontbreken van herplaatsingsmogelijkheden. Partijen hebben afgezien van een mondelinge behandeling.

De kantonrechter oordeelde dat er sprake is van een redelijke grond voor ontbinding conform artikel 7:671b lid 1 onderdeel a BW, in verbinding met artikel 7:669 lid 3 onderdeel Pro h BW. Omdat partijen overeenkwamen dat de opzegtermijn drie maanden bedraagt, werd de ontbinding vastgesteld per 1 januari 2016.

De kantonrechter bepaalde dat partijen ieder hun eigen proceskosten dragen en verklaarde de beschikking uitvoerbaar bij voorraad. De uitspraak werd op 30 september 2015 in het openbaar uitgesproken.

Uitkomst: De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden per 1 januari 2016 wegens een onherstelbare verstoorde arbeidsverhouding zonder herplaatsingsmogelijkheid.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team kanton en handelsrecht
Zittingsplaats Enschede
Zaaknummer : 4475669 \ EJ VERZ 15-367
Beschikking van de kantonrechter van 30 september 2015
in de zaak van
de stichting Keender, Stichting Katholiek en openbaar primair onderwijs,
gevestigd te Haaksbergen,
verzoekende partij,
hierna te noemen werkgever,
gemachtigde: mr. A.C. Ranke,
advocaat in dienst van werkgever,
tegen
[verweerder],
wonende te [woonplaats] ,
verwerende partij,
hierna te noemen werknemer,
gemachtigde: mr. R.R. Haitsma,
verbonden aan de Algemene Vereniging Schoolleiders,
kantoorhoudende te Utrecht.

1.De procedure

1.1.
De werkgever heeft op 24 september 2015 een verzoek ingediend om de arbeidsovereenkomst tussen partijen te ontbinden. De werknemer heeft een verweerschrift ingediend.
1.2.
Partijen hebben afgezien van de mogelijkheid te worden gehoord.

2.De beoordeling

2.1.
De werkgever verzoekt de arbeidsovereenkomst met de werknemer te ontbinden op grond van artikel 7:671b lid 1, onderdeel a, van het Burgerlijk Wetboek (BW). Aan dit verzoek legt de werkgever ten grondslag dat sprake is van – kort gezegd – een verstoorde arbeidsverhouding en dat herplaatsing van de werknemer niet meer mogelijk is.
2.2.
De werknemer heeft erkend dat inmiddels sprake is van een zodanig verstoorde arbeidsverhouding dat van de werkgever in redelijkheid niet meer kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. Ook de werknemer ziet geen mogelijkheden meer voor herplaatsing.
2.3.
Nu de werknemer heeft erkend dat de arbeidsverhouding verstoord is, partijen het erover eens zijn dat die verstoring onherstelbaar is en herplaatsing van de werknemer niet meer mogelijk moet worden geacht, en gesteld noch gebleken dat van een opzegverbod sprake is, zal de kantonrechter de arbeidsovereenkomst ontbinden. Gelet op de standpunten van partijen is immers sprake van een redelijke grond voor ontbinding als bedoeld in artikel 7:671b lid 1, onderdeel a, BW, in verbinding met artikel 7:669 lid Pro 3, onderdeel h, BW, en is er geen mogelijkheid tot herplaatsing van de werknemer.
2.4.
Partijen zijn het erover eens dat sprake is van een opzegtermijn van drie maanden. Daarvan uitgaande zal de arbeidsovereenkomst met toepassing van artikel 7:671b lid 8, onderdeel a, BW worden ontbonden met ingang van 1 januari 2016.
2.5.
Gezien de uitkomst van de zaak is de kantonrechter van oordeel dat het redelijk is dat partijen ieder hun eigen proceskosten dragen.

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
ontbindt de arbeidsovereenkomst tussen partijen met ingang van 1 januari 2016;
3.2.
bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt;
3.3.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. E.W. de Groot, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 30 september 2015.