Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het verzoek tot aanvulling
2.De beoordeling
3.De beslissing
€ 1.542,75 (vijftienhonderd tweeënveertig euro en vijfenzeventig eurocent),”
Rechtbank Overijssel
In deze zaak heeft eiser bij brief van 15 april 2016 verzocht om aanvulling van het vonnis van 13 april 2016, waarin eiser was veroordeeld tot betaling van een geldsom en proceskosten, maar waarin geen uitspraak was gedaan over de buitengerechtelijke kosten.
De voorzieningenrechter heeft gedaagde in de gelegenheid gesteld om hierop te reageren, maar gedaagde heeft hiervan geen gebruik gemaakt. De rechter oordeelt dat sprake is van een verzuim zoals bedoeld in artikel 32 Rv Pro, omdat de buitengerechtelijke kosten wel waren gevorderd maar niet zijn beoordeeld.
De rechter stelt vast dat het rapport Voorwerk II van toepassing is, maar dat de omvang van de kosten getoetst moet worden aan de wettelijke tarieven, omdat het verzuim na 1 juli 2012 is ingetreden. Dit leidt tot een bedrag van €1.542,75 inclusief BTW dat aan eiser wordt toegewezen.
Het vonnis van 13 april 2016 wordt daarom aangevuld met een veroordeling van gedaagde tot betaling van dit bedrag aan eiser, met een afwijzing van het meer of anders gevorderde. Tevens wordt bepaald dat deze aanvulling op de minuut van het oorspronkelijke vonnis wordt vermeld en dat partijen de grosse of afschrift van het vonnis aan de griffie retourneren.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van €1.542,75 aan buitengerechtelijke kosten aan eiser.