ECLI:NL:RBOVE:2016:1753
Rechtbank Overijssel
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Schorsing concurrentiebeding na onredelijke beperking arbeidsvrijheid werknemer
De werknemer trad in mei 2007 in dienst bij de werkgever als makelaar en was gebonden aan een concurrentiebeding dat hem verbood binnen 25 kilometer rond de gemeente na beëindiging van de arbeidsovereenkomst voor een concurrent te werken gedurende twee jaar.
De werknemer vorderde in kort geding de schorsing van het concurrentiebeding, stellende dat hij onredelijk werd beperkt in zijn arbeidsvrijheid en een positieverbetering bij een concurrent zou krijgen. De werkgever voerde verweer en benadrukte haar belang bij bescherming van concurrentiegevoelige informatie.
De kantonrechter oordeelde dat de werknemer spoedeisend belang had bij schorsing, maar dat het belang van de werkgever bij bescherming van bedrijfsinformatie voorlopig zwaarder woog. Wel werd geoordeeld dat de duur van het beding onredelijk lang was en dat de werking ervan per 28 april 2017 geschorst moest worden. Proceskosten werden gecompenseerd en het overige werd afgewezen.
Uitkomst: Het concurrentiebeding wordt geschorst met ingang van 28 april 2017, het overige wordt afgewezen.