ECLI:NL:RBOVE:2016:1809

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
30 maart 2016
Publicatiedatum
26 mei 2016
Zaaknummer
C/08/183182 / FA RK 16-489
Instantie
Rechtbank Overijssel
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:253n BWArt. 1:251a BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vader krijgt eenhoofdig gezag over minderjarige kinderen wegens langdurig contactverlies met moeder

De vader verzocht de rechtbank om het gezamenlijk gezag over de minderjarige kinderen te beëindigen en hem het eenhoofdig gezag toe te kennen. De ouders hadden gezamenlijk gezag, maar sinds 2010 is er geen contact meer tussen de moeder en de kinderen. De kinderen bevestigden dit en gaven aan geen contact met hun moeder te willen.

De moeder verscheen niet ter zitting en voerde geen verweer. De Raad voor de Kinderbescherming stelde dat het verzoek kon worden toegewezen omdat er al jarenlang geen contact is en naar verwachting ook niet zal komen. De rechtbank stelde vast dat hoewel er geen directe klem- of verloren situatie is, wijziging van het gezag in het belang van de kinderen noodzakelijk is.

Met name voor [X] is het van belang dat zij niet wil dat haar moeder betrokken wordt bij beslissingen over haar, mede vanwege recente gebeurtenissen. Ook [Y] wenst geen contact met de moeder en wil niet dat zij betrokken wordt bij beslissingen. De rechtbank besloot daarom de vader het eenhoofdig gezag toe te kennen en verklaarde de beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: De vader wordt belast met het eenhoofdig ouderlijk gezag over de minderjarige kinderen, met uitsluiting van de moeder.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team Familierecht en Jeugdrecht
Zittingsplaats Almelo
zaaknummer: C/08/183182 / FA RK 16-489
beschikking van de kinderrechter in de rechtbank Overijssel d.d. 30 maart 2016
inzake
[verzoeker],
verder te noemen: de vader,
wonende te [woonplaats 1] ,
verzoeker,
advocaat: mr. T.J.H. Zwiers te Hengelo (O),
en
[belanghebbende]
,
verder te noemen: de moeder,
wonende te [woonplaats 2] ,
belanghebbende,
niet verschenen.

1.Het procesverloop

1.1.
De kinderrechter heeft kennis genomen van de navolgende bescheiden:
- het verzoek met bijlagen, binnengekomen op 25 februari 2016.
1.2.
De kinderrechter heeft op 23 maart 2016 met de minderjarigen [X] en [Y] gesproken. Van dit gesprek is apart proces-verbaal opgemaakt.
1.3.
De mondelinge behandeling van de zaak heeft met gesloten deuren plaatsgevonden op 30 maart 2016. Ter zitting zijn verschenen:
- de vader, bijgestaan door zijn advocaat,
- mevrouw [A] , namens de Raad voor de Kinderbescherming, verder te noemen “de Raad”.

2.De feiten

2.1.
De vader en de moeder hebben een relatie met elkaar gehad, uit welke relatie zijn geboren de navolgende minderjarige kinderen:
[X], geboren te [geboorteplaats 1] op [geboortedatum 1] ,
[Y], geboren te [geboorteplaats 2] , Overijssel op [geboortedatum 2] .
De ouders zijn gezamenlijk belast met het gezag over de minderjarigen. De minderjarigen hebben hun hoofdverblijfplaats bij de vader.

3.Het verzoek

De vader verzoekt de kinderrechter bij beschikking, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad te bepalen dat de vader alleen het ouderlijke gezag zal uitoefenen over de minderjarige kinderen.

4.De beoordeling

De ontvankelijkheid
4.1.
De wettelijke grondslag van het verzoek van de vader is artikel 1:253n van het Burgerlijk Wetboek (BW). Op grond van dit artikel kan de kinderrechter op verzoek van niet met elkaar gehuwde ouders of een van hen het gezamenlijk gezag beëindigen, indien nadien de omstandigheden zijn gewijzigd of bij het nemen van de beslissing van onjuiste of onvolledige gegevens is uitgegaan. Alsdan bepaalt de rechtbank, in dit geval de kinderrechter, aan wie van de ouders voortaan het gezag over de minderjarigen toekomt. Tijdens de behandeling ter zitting heeft de vader gesteld en toegelicht dat er sprake is van gewijzigde omstandigheden, in die zin dat er reeds vanaf 2010 geen contact meer is tussen de moeder en de kinderen. Desgevraagd hebben [X] en [Y] dit in hun gesprek met de kinderrechter bevestigd. Nu de moeder zich niet heeft verweerd tegen deze stelling van vader en de kinderen zal de kinderrechter de wijziging van omstandigheden als vaststaand feit aannemen. De vader kan daarom worden ontvangen in zijn verzoek.
Het ouderlijk gezag
4.2.
Vervolgens dient het verzoek van de vader inhoudelijk te worden beoordeeld. Hierbij geldt het criterium van artikel 1:253n, tweede lid jo. artikel 1:251a, eerste lid BW: voor eenhoofdig ouderlijk gezag moet er sprake zijn van een onaanvaardbaar risico dat een kind klem of verloren zal raken tussen de ouders waarbij niet te verwachten is dat hierin binnen afzienbare tijd voldoende verbetering zal komen, of wijziging van het gezag is anderszins in het belang van het kind noodzakelijk.
De Raad heeft ter zitting gesteld dat het verzoek van de vader kan worden toegewezen. Weliswaar constateert de Raad op dit moment geen klem of verloren situatie, maar er is al jarenlang geen contact meer tussen de vader en de moeder en de moeder en de kinderen en naar verwachting zal hierin in de nabije toekomst geen verandering komen. Volgens de Raad is er sprake van een status quo.
De kinderrechter is met de Raad eens dat het verzoek van de vader kan worden toegewezen. De moeder is, hoewel daartoe behoorlijk opgeroepen, niet ter zitting verschenen om verweer te voeren. [X] en [Y] hebben al ruim vijf jaren geen contact meer met hun moeder. Zij hebben hier ook geen behoefte aan. In hun gesprek met de kinderrechter hebben zij benadrukt dat zij niet langer willen dat hun moeder ouderlijk gezag heeft en dat zij beslissingen over hen zou kunnen tegenhouden of blokkeren. Naar het oordeel van de kinderrechter dient de juridische situatie in overeenstemming te worden gebracht met de feitelijke situatie waarbij de kinderen zonder hun moeder opgroeien.
Hoewel er op dit moment niet direct sprake lijkt te zijn van een situatie waarin de kinderen klem of verloren dreigen te raken tussen hun ouders, acht de kinderrechter wijziging van het gezag anderzijds in het belang de kinderen noodzakelijk. Daarbij is naar het oordeel van de kinderrechter van belang dat [X] , mede als gevolg van wat haar onlangs is overkomen, in contact komt met onderzoekers en hulpverleners, waarbij telkens instemming en toestemming van beide ouders nodig is en waarbij beide ouders in onderzoeken worden betrokken. Zij ontvangen rapportages omdat zij het ouderlijk gezag hebben. [X] heeft duidelijk gemaakt dat zij niet wil dat moeder op die manier kennis krijgt van haar persoonlijke omstandigheden en eventuele problemen nu er al jarenlang geen contact meer is tussen haar en moeder. [X] ’s wens telt zwaar en daarom zal vaders verzoek worden toegewezen. Ook dat met betrekking tot [Y] . Voor hem zijn de omstandigheden anders dan die voor zijn zus, maar ook voor hem geldt dat hij niet wenst dat moeder, met wie al jarenlang geen enkele vorm van contact meer is, in de toekomst betrokken moet worden bij beslissingen die over hem worden genomen. Ook die wens weegt zwaar en leidt tot het oordeel dat ook voor hem het gezag alleen bij vader moet komen te liggen.

5.De beslissing

De kinderrechter:
I. belast de vader,
[verzoeker], geboren te [geboorteplaats 2] (O) op
[geboortedatum 3] , met ingang van heden met uitsluiting van de moeder met het ouderlijk gezag over:
[X], geboren te [geboorteplaats 1] op [geboortedatum 1] ,
[Y], geboren te [geboorteplaats 2] (O) op [geboortedatum 2] ;
II. verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven te Almelo door mr. J.H. Olthof en in het openbaar uitgesproken op 30 maart 2016 in tegenwoordigheid van B. Vlietstra, griffier.