Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
wonende te [woonplaats] ,
DEXIA NEDERLAND B.V.,
gevestigd en kantoorhoudende te Amsterdam,
1.De procedure
2.De feiten en het geschil
nietzijn vernietigd, moet gelet op het gestelde in conventie worden afgewezen.
Rechtbank Overijssel
De zaak betreft drie effectenleaseovereenkomsten die eiser in 2001 met Dexia is aangegaan en die met verlies zijn geëindigd. De echtgenote van eiser heeft de overeenkomsten in 2005 buitengerechtelijk vernietigd op grond van artikel 1:89 BW Pro. De vraag was of deze vernietiging tijdig was, mede gezien de verjaringstermijn en de stuitende werking van een collectieve actie.
De rechtbank stelt vast dat de stuitende werking van de collectieve actie de verjaring heeft gestuit, conform het arrest van de Hoge Raad van 2015. Dexia's verweer dat de stuitende werking was komen te vervallen door afstand van de eisers in de collectieve actie wordt verworpen. De vernietiging is derhalve tijdig en rechtsgeldig.
Als gevolg hiervan zijn de betalingen van eiser aan Dexia onverschuldigd en dienen deze terugbetaald te worden, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 30 juni 2005. De rechtbank oordeelt dat er geen sprake is van kwade trouw bij Dexia en dat de wettelijke rente pas na ingebrekestelling verschuldigd is. Daarnaast worden buitengerechtelijke kosten toegewezen op basis van een redelijke staffel.
De vordering tot verwijdering van BKR-registratie wordt afgewezen omdat Dexia dit niet zelfstandig kan effectueren. De vordering in reconventie van Dexia wordt afgewezen. Dexia wordt veroordeeld tot betaling van de proceskosten in beide procedures.
Uitkomst: De rechtbank verklaart de vernietiging van de leaseovereenkomsten rechtsgeldig en veroordeelt Dexia tot terugbetaling van onverschuldigde betalingen met rente en buitengerechtelijke kosten.