Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.De procedure
- de dagvaarding met producties
- de mondelinge behandeling
- de pleitnota van [eiseressen]
- de pleitnota van Van Lanschot c.s..
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
816,00
Rechtbank Overijssel
De zaak betreft een geschil over de levering van een woning waarbij de eigenaar failliet werd verklaard en de verkoopvolmacht aan Van Lanschot Bankiers N.V. werd betwist. Na het faillissement werd de koopovereenkomst ontbonden door Van Lanschot c.s. op grond van een contractuele bepaling. Echter, het faillissement werd vernietigd na verzet van de eigenaar, waardoor de volmacht en de koopovereenkomst volgens eiseressen herleefden.
De voorzieningenrechter stelde vast dat Van Lanschot c.s. gerechtigd was tot verkoop en levering, maar niet langer bereid was de verkoop na te komen. De rechtbank oordeelde dat de ontbinding van de koopovereenkomst op grond van artikel 25 niet Pro van toepassing was vanwege een specifieke bepaling in artikel 16.4 die ontbinding alleen toestaat indien de curator geen toestemming geeft. Omdat de curator nog geen beslissing had genomen, was de ontbinding niet rechtsgeldig.
Verder werd geoordeeld dat de vernietiging van het faillissement terugwerkt tot het moment van faillietverklaring, waardoor de rechten en verplichtingen, inclusief de volmacht en koopovereenkomst, herleven. Van Lanschot c.s. werd veroordeeld om binnen acht dagen mee te werken aan de levering van de woning, bij gebreke waarvan het vonnis in de plaats treedt van hun wilsverklaring. Tevens werd een boete opgelegd voor elke dag vertraging vanaf 16 augustus 2016 tot de negende dag na het vonnis. De proceskosten werden aan Van Lanschot c.s. opgelegd.
Uitkomst: Van Lanschot c.s. wordt veroordeeld tot medewerking aan levering van de woning binnen acht dagen en betaling van een boete bij niet-nakoming.