ECLI:NL:RBOVE:2016:3979
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering handhavend op te treden tegen advocaat en juridisch adviesbureau wegens overtredingen Advocatenwet
Eisers hebben de deken van de orde van advocaten verzocht handhavend op te treden tegen een advocaat en een juridisch adviesbureau wegens vermeende overtredingen van de Advocatenwet en bijbehorende verordeningen. De deken ging niet in op het verzoek, omdat eisers geen concurrentiebelang hadden en verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk omdat de brief niet als besluit werd gezien.
De rechtbank oordeelt dat het verzoek van eisers moet worden gezien als een aanvraag in de zin van artikel 1:3, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en dat de reactie van de deken daarop als een besluit moet worden beschouwd. Eisers zijn als concurrenten en belanghebbenden aan te merken, waardoor het bezwaar ten onrechte niet-ontvankelijk werd verklaard.
De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en draagt de deken op een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens wordt de deken veroordeeld tot vergoeding van het betaalde griffierecht en de proceskosten van eisers.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd, met opdracht tot het nemen van een nieuw besluit.