ECLI:NL:RBOVE:2016:4677
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing schadevordering na ongeval vanwege onvoldoende onderbouwing beperkingen en schade
Op 22 augustus 2000 heeft de gedaagde een ongeval gehad dat leidde tot nek-, schouder-, hoofdpijnklachten en tintelingen in de hand/arm. De rechtbank stelde in een tussenvonnis vast dat deze klachten ongevalsgerelateerd zijn, maar de vraag bleef in hoeverre deze tot beperkingen en schade leiden.
De gedaagde stelde diverse schadeposten vast, waaronder verlies aan arbeidsvermogen, kosten huishoudelijke hulp, verlies aan zelfwerkzaamheid, diverse medische kosten, smartengeld en wettelijke rente. De rechtbank oordeelde dat het bewijs voor de gestelde beperkingen onvoldoende was onderbouwd, mede omdat het medisch rapport van een verzekeringsarts uitsluitend op dossieronderzoek was gebaseerd en geen eigen onderzoek bevatte.
De vordering tot vergoeding van verlies aan arbeidsvermogen werd afgewezen vanwege gebrek aan concreet bewijs van verminderde inzetbaarheid en onvoldoende onderbouwing van de relatie met het ongeval. Ook de kosten voor huishoudelijke hulp en verlies aan zelfwerkzaamheid werden niet toegewezen wegens onvoldoende bewijs en onduidelijkheid over de noodzaak.
Voor diverse medische kosten en reiskosten werd slechts een beperkt bedrag toegekend. De rechtbank kende wel redelijke buitengerechtelijke kosten toe. Het smartengeld werd vastgesteld op € 3.000,00, gezien de aard van de klachten en het ontbreken van aantoonbare beperkingen in het dagelijks functioneren.
De rechtbank concludeerde dat de reeds betaalde voorschotten voldoende waren en wees de overige vorderingen af. De gedaagde werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst de schadevordering af en verklaart dat reeds betaalde voorschotten toereikend zijn.