Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
wonende te [woonplaats 1] ,
1.de vennootschap onder firma VENDIC V.O.F.,gevestigd en kantoorhoudende te Deventer,
[partij B 1],
wonende te [woonplaats 2] ,
[partij B 2],
wonende te [woonplaats 3] ,
[partij B 3],
wonende te [woonplaats 4] ,
1.De procedure
2.De feiten
3.Het geschil
in conventie
4.De beoordeling
in conventie
afwezigheid van een concurrentiebeding een omstandigheid is die tot matiging van de klantenvergoeding aanleiding zal geven, doch veeleer dat de
aanwezigheid van een concurrentiebeding aanleiding zal kunnen zijn om tot een verhoging van het in fase 1 vastgestelde bedrag te komen omdat de handelsagent niet gemakkelijk in hetzelfde rayon of ter zake van dezelfde diensten een andere agentuurovereenkomst zal kunnen sluiten. Matiging vanwege de
afwezigheid van een concurrentie beding acht de kantonrechter in dit geval dan ook niet geïndiceerd. Vendic c.s. heeft voorts aangevoerd dat [partij A] meerdere opdrachtgevers heeft waarvoor hij werkzaam is waaruit [partij A] inkomsten genereert. [partij A] heeft dit erkend, stellende dat Vendic c.s. wel de voornaamste inkomstenbron vormde. Het feit dat [partij A] niet uitsluitend afhankelijk is van opdrachten van Vendic c.s. doch ook elders inkomstenbronnen geniet, acht de kantonrechter van voldoende gewicht om tot nader te bepalen matiging van de klantenvergoeding over te gaan.
‘Op basis van deze kosten werd aan [partij A] door Vendic doorgegeven hoe hoog zijn declaratie op een bepaald project (zijn factuur) mocht zijn.’Reeds om die reden moet de vordering worden afgewezen. [partij A] stelt verder dat hij nimmer akkoord is gegaan dat hogere kosten met terugwerkende kracht vanaf mei 2015 in mindering op de omzet zou strekken en zijn provisie zou verminderen. Vendic c.s. stelt in dit verband zelf dat de hogere kosten niet al onder de tussen partijen gemaakte afspraken vielen. Vendic c.s. stelt immers:
‘Nieuwe facturen zijn door [bedrijf] vanaf januari 2016, overeenkomstig de juiste berekening ingediend, waarmee hij met deze wijziging heeft ingestemd.’Overigens heeft [partij A] niet met de voorgestelde wijziging ingestemd, maar hem geen andere keuze gelaten. Tenslotte heeft [partij A] nog aangevoerd dat Vendic c.s. afstand heeft gedaan van de vordering over 2015 nu de heer Verkoelen van Vendic c.s. in een gesprek met [partij A] over een wijziging van de kostencomponent tot twee keer toe heeft aangegeven: ‘
het voor 2015 ook zo te laten, want dat is allemaal gebeurd, maar voor 2016 zal dat moeten veranderen’.Ook in het mailbericht van 4 februari 2016 heeft Vendic c.s. aangegeven dat de volgens hem te veel betaalde provisie niet zou worden teruggevorderd.
‘Voor 2015 hebben we dit zo het hele jaar gedaan, terwijl het eigenlijk niet klopt. We hebben gezegd, dat hebben we zo gedaan dus houden we voor nu zo, maar we zullen het voor 2016 anders moeten doen anders is de samenwerking niet rendabel.’
‘ [partij B 2] (…) Wij hebben eens uit zitten rekenen wat dat in nou in totaliteit betekent en daar kwamen we tot de conclusie dat we 2015 niet helemaal goed hebben gedaan. (…) En dat willen we voor 2015 ook zo laten, want dat is allemaal gebeurd, maar voor 2016 zal dat moeten veranderen. Anders is het project zoals we het nu doen, kan dit in zijn geheel niet.’
‘hij( [partij A] , ktg)
met deze wijziging heeft ingestemd.’
‘Wij zijn bereid om de teveel gefactureerde provisie over 2015 nog steeds omwille van goede wil niet terug te vorderen. Laten we dit beschouwen als een onderdeel van de afwikkeling en blijk van waardering voor het verleden’.
€ 800,-(2 punten à € 400,- rolzktn)