Eiser, bekend met ADHD, gedragsstoornissen en een laag IQ, ontving een indicatie voor zorg op basis van een verstandelijke handicap (ZZP VG06). Verweerder stelde later dat alleen psychiatrie als grondslag aanwezig was en wees een ander pakket toe (ZZP GGZ02C).
De rechtbank oordeelt dat het IQ van eiser wisselend is vastgesteld tussen 49 en 82, waarbij het hogere IQ mogelijk een leereffect betreft. De schoolloopbaan van eiser, waarop verweerder zich baseert, is discutabel als maatstaf voor het IQ. Bovendien is vastgesteld dat beperkingen in sociale redzaamheid en gedragsproblemen al voor het 18e jaar aanwezig waren.
Daarmee is volgens het beleid van verweerder wel degelijk sprake van een grondslag verstandelijke handicap. Het huidige indicatiebesluit is onzorgvuldig voorbereid en ondeugdelijk gemotiveerd. De rechtbank vernietigt het besluit en draagt verweerder op een nieuw besluit te nemen dat rekening houdt met deze overwegingen. Tevens worden proceskosten en griffierecht aan eiser toegekend.