ECLI:NL:RBOVE:2016:97
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen weigering werkloosheidsuitkering wegens vermeende verwijtbare werkloosheid
Eiser was werkzaam bij Soweco tot 15 februari 2015, toen zijn arbeidsovereenkomst werd ontbonden na een incident op 9 juli 2014 waarbij sprake zou zijn van mishandeling van een verzuimcontroleur. Verweerder weigerde daarop de WW- en TW-uitkering wegens verwijtbare werkloosheid, omdat aan het ontslag een dringende reden zou liggen.
De kantonrechter oordeelde echter dat niet vaststaat wat zich precies heeft afgespeeld tijdens het incident en wees het verzoek tot ontbinding wegens dringende reden af. Later werd de arbeidsovereenkomst ontbonden wegens gewijzigde omstandigheden zonder verwijt aan eiser.
De rechtbank overweegt dat verweerder onvoldoende heeft gemotiveerd waarom het gedrag van eiser verwijtbaar zou zijn en dat de enkele stelling van verweerder onvoldoende is om af te wijken van het oordeel van de kantonrechter. Omdat onduidelijk blijft wat er feitelijk is gebeurd, kan niet worden vastgesteld dat sprake is van verwijtbare werkloosheid.
Daarom wordt het beroep gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en verweerder opgedragen een nieuw besluit te nemen. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd; verweerder moet een nieuw besluit nemen.