ECLI:NL:CRVB:2010:BM1153
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.A.J. van den Hurk
- K.J. Kraan
- B.M. van Dun
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verwijtbare werkloosheid na eervol ontslag wegens ongeschiktheid bij politiedienst
Belanghebbende was in dienst als politiefunctionaris in opleiding en werd na een onderzoek naar zijn gedrag eervol ontslagen wegens het niet voldoen aan de kwalificatie-eisen en ongeschiktheid voor de politiedienst. De korpsbeheerder stelde dat er sprake was van verwijtbare werkloosheid, wat het recht op een WW-uitkering zou kunnen beïnvloeden.
De rechtbank oordeelde dat er geen verwijtbare werkloosheid was, mede omdat de werkgever bewust had afgezien van een ontslag op staande voet wegens plichtsverzuim. De Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel en benadrukt dat het feit dat het ontslag eervol was, een indicatie is dat er geen dringende reden was voor ontslag op staande voet.
De Raad overwoog dat de gedragingen van belanghebbende, zoals oncollegiaal gedrag en onbevoegd aanhouden van bestuurders, niet van zodanige ernst waren dat sprake was van een dringende reden. Ook de aanwezigheid van een leerkracht of coach die niet reageerde op seksueel getinte opmerkingen weegt mee in de beoordeling.
De Raad stelt dat bij het beoordelen van verwijtbare werkloosheid een materiële toetsing plaatsvindt waarbij de aard en ernst van het gedrag, de dienstbetrekking en persoonlijke omstandigheden van de werknemer worden meegewogen. De korpsbeheerder slaagde er niet in bijzondere omstandigheden aan te tonen die verwijtbare werkloosheid rechtvaardigen.
De uitspraak bevestigt het recht van belanghebbende op een WW-uitkering en wijst het beroep van de korpsbeheerder tegen de besluiten van het UWV af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat er geen sprake is van verwijtbare werkloosheid en dat belanghebbende recht heeft op een WW-uitkering.