Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.De procedure
- de dagvaarding met producties 1 tot en met 80
- de inventaris beslagstukken met producties 1 tot en met 12 van de Bouwcombinatie
- de conclusie van antwoord in conventie en van eis in reconventie met producties 1 tot en met 33
- de conclusie van repliek in conventie, tevens wijziging van eis, en van antwoord in reconventie met producties 81 tot en met 84
- de conclusie van dupliek in conventie en van repliek in reconventie met (niet doorgenummerde) producties 1 tot en met 12
- de conclusie van dupliek in reconventie.
2.De feiten
Planningsmeerwerk 57 wordt vastgezet op € 800.000.”
- winkelruimte Jumbo 31 augustus 2012
- winkelruimte Mediamarkt 20 december 2012
- huurwoningen Stichting Woningen woonzorg 4 februari 2013
- parkeergarage en overige commerciële ruimten 23 april 2013
- huurwoningen Syntrus Achmea en overig 15 oktober 2013
3.De vordering en het verweer in conventie
4.De vordering en het verweer in reconventie
5.De beoordeling
- i) niet tijdig op tekeningen verwerkte bezuinigingen, op grond van artikel 36 jo Pro 5 lid 1 UAV.
- ii) vertraging bouwput/start heiwerk, op grond van artikel 5 lid 1 UAV Pro.
- iii) problemen uitvoeren heiwerk, op grond van artikel 5 lid 1 UAV Pro.
- iv) wijzigingen planning werk (blokken 1 en 6), op grond van artikel 36 UAV Pro.
- v) verkoopbevorderende maatregelen blokken 3 en 4, op grond van artikel 36 UAV Pro.
- vi) zinkwerk blok 6 tot en met 12, op grond van artikel 36 UAV Pro.
- vii) wijzigingen daktuin (tegels en riolering), op grond van artikel 36 UAV Pro.
- viii) verlate start blok 5, op grond van artikel 36 UAV Pro.
- ix) opnieuw vertraging in blok 5 (suskasten c.a.), op grond van artikel 36 UAV Pro.
BC [de Bouwcombinatie - rechtbank] heeft opgave gedaan van € 1.569.342
Bemog heeft aangegeven maximaal € 800.000 te kunnen vergoeden.
BC wil voor dit moment akkoord gaan met € 800.000, zal Jumbo opleveren conform de lijst d.d. 12-07-2012, wil schriftelijk opdracht voor meer- en minderwerk, en wil akkoord gaan op de onderstaande voorwaarden.
gedurende het werk Bemog en BC tot een oplossing komen inzake de € 700.000 welke nog open staat op het meerwerk 57.
gestelde voorwaarden op meer- en minderwerk moeten vervallen
[…]
[…]
BC Heijmans/Bam wil per omgaand een schriftelijk akkoord van Bemog op punt 3,4 en 5 zodat doorgang plaats kan vinden.”
6.1). Zij heeft voorts een verklaring van haar architect, RPHS, in het geding gebracht, waar hij verklaart dat de wijzigingsplannen van Bemog niet tot vertraging hebben geleid. Daarnaast wijst zij op bouwverslagen 29 en 30 (respectievelijk 13 en 27 maart 2012), waarin door de Bouwcombinatie is gemeld dat casco’s met betrekking tot blok 3 en 4 meerdere weken voor op schema lagen. Van enige vertraging is uiteindelijk, zo stelt Bemog, in het geheel geen sprake geweest. Subsidiair merkt zij op dat volgens de meerwerkofferte van de Bouwcombinatie zelf de stagnatieschade ten hoogste ongeveer € 35.000,- zou hebben bedragen.
De rechtbank ziet aanleiding reeds nu partijen in de gelegenheid te stellen zich uit te laten over de wenselijkheid van een deskundigenbericht, over het aantal en het specialisme van de te benoemen deskundige(n) en over de aan de deskundige(n) voor te leggen vragen. Indien partijen zich wensen uit te laten over de persoon van de te benoemen deskundige(n), dienen zij daarbij aan te geven over welke deskundige(n) zij het eens zijn, dan wel tegen wie zij gemotiveerd bezwaar hebben.
De meest passende wijze waarop aan het terechte bezwaar van Bemog tegemoet wordt gekomen is door op de reguliere termijnfacturen naar rato de met de bezuiniging gerealiseerde korting in mindering te brengen en, uitgaande van de aldus vastgestelde lagere bedragen, de rente te herberekenen.
datamet betrekking tot meerwerk, maar een afspraak waarin partijen - in afwijking van de Overeenkomst - overeenkomen dat (1) Bemog het reeds over- en weer goedgekeurde werk uiterlijk 23 april 2013 zal betalen, (2) meer- en minderwerk waarover nog geen overeenstemming is bereikt, maar alsnog zou worden bereikt, zal worden betaald binnen 14 dagen na factuurdatum en (3) voor komende deelopleveringen het daarbij behorende meer- minderwerk gefactureerd mag worden bij de desbetreffende deeloplevering.
de prijsopgaven van meer- en minderwerk dienen te zijn gespecificeerd en te worden opgesteld op basis van de normen en bedragen van de inschrijfbegroting.
[…]
De prijsopgaven voor de uitvoering van meer- en minderwerk dienen vooraf bij de directie te worden ingediend.
De aannemer heeft geen recht op verrekening van meerwerk, waarvan de uitvoering niet schriftelijk is opgedragen of middels de notulen van de bouwvergadering is vastgelegd.”
in deze omvangniet toewijsbaar zijn. De rechtbank ziet ter zake van deze werkzaamheden ad € 35.490,- aanleiding de Bouwcombinatie bewijs op te dragen van de door haar gestelde omvang.
voorwaardelijkopdracht verleend tot dit meerwerk, waarbij nog op basis van de contractdocumentatie zou moeten worden vastgesteld voor wiens rekening deze kosten dienen te komen. Onder verwijzing naar artikel 01.02.31 van de algemene voorwaarden van Bemog heeft Bemog betoogd dat deze werkzaamheden binnen de scope van de opdracht aan de Bouwcombinatie vallen en dus voor haar rekening dienen te blijven. Dat betoog acht de rechtbank juist. Voormeld artikel vermeldt dat:
feitelijkBOAG c.q. Bemog, door de Bouwcombinatie daartoe uitgenodigd, een grote invloed heeft uitgeoefend op de uiteindelijke bepaling van de plaats van voormelde lantaarnpalen en bloembakken, maakt niet dat Bemog voor de daarmee samenhangende vertraging verantwoordelijk is geworden. Indien de antwoorden van BOAG c.q. Bemog op de vragen van de Bouwcombinatie op zich hebben laten wachten had de Bouwcombinatie ofwel BOAG c.q. Bemog moeten aanmanen, ofwel zelf, met inachtneming van de eisen die aan een goed en deugdelijk werk worden gesteld, onvertraagd de keuzes moeten en kunnen maken. Het gevorderde bedrag van € 28.139,- komt dus niet voor vergoeding in aanmerking.
tijdigaan de Bouwcombinatie heeft laten weten dat de spreek/luisterverbinding in een
zo laat mogelijkstadium moest worden aangebracht, is gesteld noch gebleken. De rechtbank houdt het ervoor dat Bemog geen tijdsbepaling aan haar opdracht heeft verbonden. Bij die stand van zaken valt niet in te zien dat voormelde extra kosten voor rekening van de Bouwcombinatie moeten worden gelaten. Deze meerwerkposten, voor bedragen van respectievelijk € 15.618,- en € 9.409,- zijn dus geheel toewijsbaar.
aanvullendeconstructeurskosten, ontstaan doordat Bemog heeft verzuimd de afgesproken bezuinigingen in het DO-ontwerp te verwerken, waardoor functioneel omschreven wijzigingen direct (dus zonder dat deze als tussenstap werden verwerkt in het DO-ontwerp) dienden te worden vertaald in de uitwerkingstekeningen. Het betreft aldus kosten die vielen buiten de scope van de opdracht.
voorwaardelijkmeerwerkopdrachten 71, 71a en 71b heeft verstrekt aan de Bouwcombinatie en onder protest tot (onverschuldigde) betaling daarvan is overgegaan.
goedgekeurdemeer- en minderwerk in verband met de tot en met 23 april 2013 opgeleverde en op te leveren gedeeltes van het werk,
vastgestelden heeft Bemog zich - in afwijking van de afspraken die voortvloeien uit de Overeenkomst - tot betaling van het saldo verplicht uiterlijk 23 april 2013. Over niet door Bemog goedgekeurd meerwerk zou nader overleg plaatsvinden.
Dat voormelde meerwerkopdrachten, anders dan meerwerkopdracht 141, (alsnog) aldus onvoorwaardelijk zijn goedgekeurd, is door Bemog onvoldoende gemotiveerd weersproken. Anders dan Bemog ingang wil doen vinden, leest de rechtbank in punt 9 van voormelde brief, niet (ook niet in verband met de omstandigheid dat de Bouwcombinatie heeft aangegeven tot inroeping van een retentierecht over te gaan indien niet tot overeenstemming zou worden gekomen) dat deze goedkeuring voorwaardelijk was.
3 mei 2017voor het nemen van een akte door de Bouwcombinatie over hetgeen is vermeld onder 5.1.10, 5.1.13, 5.1.16, 5.4.4, waarna de wederpartij op de rol van 4 weken daarna een antwoordakte kan nemen;
3 mei 2017voor het nemen van een akte door Bemog over hetgeen is vermeld onder 5.11.19, waarna de wederpartij op de rol van 4 weken daarna een antwoordakte kan nemen;
3 mei 2017voor uitlating door de Bouwcombinatie (conform 6.3) en Bemog (conform 6.4) of zij bewijs willen leveren door het overleggen van bewijsstukken, door het horen van getuigen en/of door een ander bewijsmiddel,
bewijsstukkenwillen overleggen, die stukken direct in het geding moet brengen,
getuigenwillen laten horen, de getuigen en de verhinderdagen van de partijen en hun advocaten in de maanden juli tot en met oktober 2017 direct moeten opgeven, waarna dag en uur van het getuigenverhoor zullen worden bepaald,
alle partijenuiterlijk twee weken voor het eerste getuigenverhoor
alle beschikbare bewijsstukkenaan de rechtbank en de wederpartij moeten toesturen,