Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
Procesverloop
Overwegingen
Omdat het beroep ongegrond is, is er geen aanleiding om voorlopige voorziening
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om voorlopige voorzieningen af.
Rechtbank Overijssel
Verzoekster, voorwaardelijk ingeschreven advocaat en stagiaire-ondernemer, werd door de Raad van de Orde van Advocaten geweigerd een stageverklaring te verlenen wegens onvoldoende praktijkervaring en meerdere gedragsincidenten tijdens haar stageperiode.
De Raad concludeerde dat verzoekster geen volwaardige advocatenpraktijk kon voeren, onvoldoende begeleiding had ontvangen en dat haar praktijk financieel fragiel was. Daarnaast waren er klachten over haar professionele houding, waaronder het aanvragen van toevoegingen voor eigen zaken en onjuiste informatieverstrekking.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de Raad op goede gronden tot zijn besluit was gekomen en dat het beroep ongegrond was. Ook werd het verzoek om voorlopige voorzieningen afgewezen. Het hoger beroep kan worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de stageverklaring is ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorzieningen is afgewezen.