ECLI:NL:RVS:2009:BK0122
Raad van State
- Hoger beroep
- T.M.A. Claessens
- A.W.M. Bijloos
- C.J. Borman
- Rechtspraak.nl
Weigering verklaring voltooiing advocatenstage wegens onvoldoende praktijkervaring
Appellant verzocht om een verklaring dat zijn advocatenstage was voltooid, maar de Raad van Toezicht der Orde van Advocaten Utrecht weigerde deze verklaring op grond van onvoldoende praktijkervaring. De Algemene Raad verklaarde het beroep van appellant ongegrond, evenals de rechtbank Amsterdam in haar uitspraak van 12 januari 2009.
Appellant voerde aan dat de kwalitatieve eisen die de raad hanteerde niet in de Advocatenwet of stageverordening waren verankerd en daarmee onverbindend waren. De Raad van State oordeelde echter dat het begrip voldoende praktijkervaring zowel kwantitatieve als kwalitatieve elementen omvat en dat het beleid van de Algemene Raad, neergelegd in het stagereglement, niet onredelijk is.
De rechtbank had terecht overwogen dat de beoordelingsruimte van de raad van toezicht terughoudend getoetst moet worden en dat de weigering gebaseerd was op meerdere beoordelingen van stagebegeleiders, niet slechts op een summiere brief. De Raad van State verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de eerdere uitspraak.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de verklaring van voltooiing van de advocatenstage wordt bevestigd.