ECLI:NL:RBOVE:2017:2138
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen stopzetting kinderopvangtoeslag over 2013 ongegrond verklaard
Eiseres ontving in 2013 voorschotten op kinderopvangtoeslag voor de opvang van haar kinderen bij een gastouder via een gastouderbureau. Verweerder stelde het recht op toeslag definitief vast en besloot de toeslag stop te zetten omdat eiseres niet kon aantonen dat zij de volledige kosten had betaald en dat de kosten overeenkwamen met de opgevoerde facturen.
Eiseres voerde aan dat zij aan alle verplichtingen had voldaan en de kosten had betaald, maar kon dit niet aannemelijk maken. De rechtbank overwoog dat op grond van de Wet kinderopvang en de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen eiseres moest aantonen welke kosten zij had gemaakt en dat zij deze had betaald.
De rechtbank constateerde dat er discrepanties waren tussen facturen en betalingen en dat facturen achteraf werden opgemaakt terwijl betalingen eerder plaatsvonden. Eiseres stelde dat er een eindafrekening plaatsvond, maar hiervan was geen bewijs. Hierdoor bleef onduidelijk wat de totale kosten waren en of deze volledig waren betaald.
Gezien deze feiten oordeelde de rechtbank dat het bestreden besluit terecht was en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen het stopzetten van de kinderopvangtoeslag over 2013 is ongegrond verklaard wegens onvoldoende bewijs van betaalde kosten.