Werknemer is sinds 28 januari 1980 in dienst en werd per 8 april 2016 arbeidsongeschikt. Diverse bedrijfsartsen en het UWV stelden vast dat werknemer beperkt arbeidsongeschikt is en belastbaar voor 20 uur per week met rekening houden met beperkingen. Werkgever riep werknemer op om het werk te hervatten, maar werknemer verscheen niet en weigerde dit, waarna werkgever een loonstop toepaste.
Werknemer vorderde loonbetaling en aanpassing van het Plan van Aanpak. Werkgever stelde dat loonstop terecht was vanwege weigering werknemer om te werken. De kantonrechter oordeelde dat werknemer in redelijkheid op 4 april 2017 op het werk had moeten verschijnen om te overleggen over passende werkzaamheden, ook al was niet duidelijk welke werkzaamheden dat zouden zijn.
Door de weigering heeft werknemer niet voldaan aan zijn re-integratieverplichtingen. De loonvorderingen en de vordering tot aanpassing van het Plan van Aanpak werden afgewezen. Proceskosten werden gecompenseerd zodat iedere partij haar eigen kosten draagt. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.