Uitspraak
Rechtbank Overijssel
1.Het onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De bewijsoverwegingen
Binnen de inrichting worden naast dierlijke mest uitsluitend organische materialen of co-producten van de positieve lijst verwerkt met een totale verwerkingscapaciteit van 16.000 m3 per jaar.
[naam 5] en verdachte werd benaderd met de vraag om medewerking voor hun bedrijfsplan, waarbij met name aan de orde kwam dat er op dat moment niet sprake was van één inrichting in de zin van de Wet Milieubeheer. [naam 4] verklaart in dat kader dat uit het Bestemmingsplan bleek dat op het betreffende perceel een boerderij met co-vergister is toegestaan, namelijk een categorie B-vergister, hetgeen betekent:
Verdachte heeft ter zitting zelf ook verklaard dat het hem van het begin af aan bekend was dat de aanvoer van mest van buitenaf verboden was, hetgeen ook uit de hiervoor aangehaalde passage uit het bedrijfsplan blijkt. De lezing die de raadsman op dit punt voorstaat maakt dat voorschrift 12 incongruent wordt met voorschrift I4. Het voorschrift onder I2 dat de aanvoer van mest van buitenaf verbiedt wordt immers zonder betekenis indien voorschrift 14 de aanvoer van mest, als zijnde een afvalstof, wel zou toestaan. Opgemerkt zij daarbij dat nu de uitspraak van de Raad van State dateert uit 2016, terwijl de gewijzigde vergunning jaren eerder is verleend, maakt dat reeds om die reden met een analoge toepassing voorzichtigheid moet worden betracht.
17 november 2014, is een brief van de gemeente Coevorden aan [bedrijf] BV, t.a.v. verdachte, verzonden op 20 november 2014.
[naam 1] en [naam 2] , beiden werkzaam bij de verdachte B.V., op 4 december 2014 het document “Procedures en instructies” ontvangen [14] . In de procedure, die in november 2014 is opgesteld, staat opgenomen:
4 weken met actief entmateriaal moeten worden gevuld en dat na die termijn de opstartfase is voltooid. De rechtbank constateert dat er in het document “procedures en instructies” verder niets is vermeld over het gebruik van aangevoerde mest gedurende een langere opstartfase van de co-vergister dan deze 2 tot 4 weken
.Verdachte heeft ook erkend dat hij met de gemeente had moeten communiceren dat met de opstart zeker zes maanden gemoeid zou zijn.
5.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
6.De strafbaarheid van verdachte
7.De op te leggen straf of maatregel
10.De toegepaste wettelijke voorschriften
11.De beslissing
- verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;
- verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij;
- verklaart het bewezenverklaarde strafbaar;
- verklaart dat het bewezenverklaarde het volgende strafbare feit oplevert:
trafbaarheid verdachte
- veroordeelt verdachte tot een
- beveelt, voor het geval dat verdachte de taakstraf niet naar behoren verricht, dat
- bepaalt dat van deze werkstraf
- kan de tenuitvoerlegging gelasten indien verdachte voor het einde van de
- stelt als
mr. S.M. Milani, rechters, in tegenwoordigheid van mr. B.E. Martini, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 13 juni 2017. Mr. Van Bruggen is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.
categorie B vergister. Dat betekent: