ECLI:NL:RBOVE:2017:3010
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Matiging bestuurlijke boete wegens verminderde verwijtbaarheid bij niet tijdig behalen inburgeringsexamen
Eiseres kreeg een boete van €1250 opgelegd wegens het niet tijdig behalen van het inburgeringsexamen, zoals voorgeschreven in de Wet inburgering. Verweerder handhaafde deze boete ondanks bezwaar van eiseres. De rechtbank stelde vast dat eiseres op grond van medische rapporten leed aan PTSS en een mogelijk dementieel syndroom, waardoor zij beperkt was in haar mogelijkheden om aan de inburgeringsplicht te voldoen.
Hoewel eiseres niet volledig was vrijgesteld van haar verplichtingen, oordeelde de rechtbank dat de boete niet proportioneel was gezien de verminderde verwijtbaarheid. Verweerder had onvoldoende rekening gehouden met de achterliggende medische redenen en beperkte inspanningen van eiseres. De rechtbank matigde daarom de boete tot €625.
Daarnaast werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het betaalde griffierecht aan eiseres. Het beroep werd gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd. De uitspraak benadrukt het belang van een zorgvuldige afweging van persoonlijke omstandigheden bij het opleggen van bestuurlijke boetes.
Uitkomst: De boete wegens het niet tijdig behalen van het inburgeringsexamen is gematigd tot €625 vanwege verminderde verwijtbaarheid.