Uitspraak
Rechtbank Overijssel
1.Het onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
en/of
3.De vordering van de officier van justitie
[slachtoffer 2] gevorderd, tot een bedrag van € 6.861,22 (bestaande uit de posten reiskosten bijwonen begrafenis en ontruimen woning (€ 360,64), kosten ziekenhuis (€ 5.607,18), kosten asielopvang hond (€ 143,40) en immateriële schade (€ 750,00) te vermeerderen met wettelijke rente en de oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
4.De voorvragen
5.De beoordeling
25 maart 2014 [10] en van apotheker-toxicoloog dr. B.E. Smink d.d. 14 maart 2014 [11] en
16 december 2016 [12] , beiden gerechtelijk deskundige van het NFI, stelt de rechtbank vast dat [slachtoffer 1] , geboren op [geboortedag] 1985, op 17 februari 2014 is overleden als gevolg van een koolmonoxidevergiftiging.
Door het langdurig in bedrijf zijn van de geiser en vermoedelijk nagenoeg volledige terugstroming van verbrandingsgas ten gevolge van windaanval op de uitmondingsconstructie in de ruimte waar het toestel was gemonteerd, is het zeer aannemelijk dat ten gevolge van recirculatie van verbrandingsgassen koolmonoxide is gevormd. Deze recirculatie terugstroming werd mede veroorzaakt door een onjuiste montage van de rookgasafvoerleiding. Omdat de thermische terugslagbeveiliging buten werking was gesteld kon er langdurig verbrandingsgas terugstromen in de ruimte en schakelde het toestel niet uit.“. [16]
Als gevolg van het aanzuigen van rookgassen door de geiser (recirculatie) produceert de geiser (…) na enige tijd een dodelijke concentratie koolmonoxide. Binnen 10 minuten na de vorming van een dodelijke concentratie koolmonoxide door de geiser is deze concentratie (…) ook in de ruimte aanwezig”. [17]
verwijtbare aanmerkelijke onvoorzichtigheid. Dat betekent dat de persoon in kwestie niet alleen anders moest handelen (vermijdbaarheid) maar ook anders kon handelen (verwijtbaarheid). Een en ander wordt bepaald door de manier waarop die schuld in de tenlastelegging nader is geconcretiseerd en is verder afhankelijk van het geheel van de gedragingen van verdachte, de aard en ernst daarvan en de overige omstandigheden van het geval.
6.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
7.De strafbaarheid van de verdachte
8.De op te leggen straf of maatregel
9.De schade van benadeelden
- Kosten huurauto van € 133,65;
- Benzinekosten huurauto van € 48,65;
- Treinkosten van € 123,00;
- Kosten rouwbloemstuk van € 125,21;
- Kosten grafverzorging van € 233,40;
- Kosten herdenkingsaltaar van € 74,70;
- Kosten tatoeage van € 450,00.
€ 168,00 verzocht.
- Reiskosten bijwonen begrafenis en ontruimen woning € 360,64;
- Kosten ziekenhuis € 5.607,18;
- Kosten asielopvang hond € 143,40;
- Kosten huisraad € 200,00;
- Kosten ten onrechte betaalde huur € 275,00;
- Kosten niet terugbetaalde borgsom € 550,00;
- Immateriële schade € 750,00;
10.De toegepaste wettelijke voorschriften
11.De beslissing
- verklaart niet bewezen dat verdachte het onder 2 tenlastegelegde heeft begaan en spreekt hem daarvan vrij;
- verklaart bewezen, dat verdachte het onder 1 tenlastegelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;
- verklaart niet bewezen wat aan verdachte onder 1 meer of anders is tenlastegelegd en spreekt hem daarvan vrij;
- verklaart het bewezenverklaarde strafbaar;
- verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:
- verklaart verdachte strafbaar voor het onder 1 bewezenverklaarde;
- veroordeelt verdachte tot een
- beveelt, voor het geval dat de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, dat
- veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [benadeelde] van een bedrag van
- veroordeelt de verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op € 168,00, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;
- legt de
- bepaalt dat als veroordeelde heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als veroordeelde aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen;
mr. M. van Bruggen, rechters, in tegenwoordigheid van mr. H.R. Lageveen als griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 26 januari 2017.