ECLI:NL:RBOVE:2017:3372
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen terugvordering inkomensaanvulling vanwege niet gemelde uitkering beleggingsverzekering
Eisers ontvingen een inkomensaanvulling in de vorm van een renteloze lening op grond van het Besluit bijstandsverlening zelfstandigen (Bbz) 2004. Verweerder stelde vast dat eisers in september 2014 een bedrag van €21.169,00 uit een beleggingsverzekering ontvingen, welke zij niet hadden gemeld. Dit bedrag werd door verweerder als middelen in de zin van artikel 31 van Pro de Participatiewet (Pw) aangemerkt en leidde tot terugvordering van in totaal €16.135,77.
Eisers voerden aan dat zij niet wisten dat zij de uitkering moesten melden en dat het bedrag als oudedagsvoorziening op een aparte rekening was gezet. Tevens stelden zij dat er geen wijziging in hun financiële situatie was en dat het vertrouwensbeginsel van toepassing was. De rechtbank oordeelde dat de beleggingsverzekering afkoopbaar was en dat het bedrag vrij opneembaar was, waardoor het als middelen moest worden beschouwd. Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde omdat geen ondubbelzinnige toezegging was gedaan.
De rechtbank concludeerde dat verweerder terecht rekening hield met de uitkering bij de vaststelling van de inkomensaanvulling en dat de terugvordering rechtmatig was. Er waren geen dringende redenen om van terugvordering af te zien. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van eisers tegen de terugvordering van inkomensaanvulling wegens niet gemelde uitkering van een beleggingsverzekering wordt ongegrond verklaard.