Eiseres, werkzaam als zelfstandige masseuse in een massagesalon, kreeg haar bijstandsuitkering herzien en een boete opgelegd wegens vermeende schending van de inlichtingenplicht. Verweerder stelde dat eiseres meer inkomsten had dan gemeld, onder meer door aanwezigheid op meer dagen en kasstortingen.
De rechtbank oordeelde dat de aard van de arbeidsrelatie tussen eiseres en de massagesalon afwijkt van reguliere arbeidsrelaties waarop jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep (CRvB) ziet. De enkele aanwezigheid van eiseres op de locatie betekent niet automatisch dat zij op geld waardeerbare activiteiten verrichtte. De loonstrookjes geven voldoende inzicht in haar inkomsten, ondanks afwijkingen met aanwezigheidslijsten.
De kasstortingen werden wel als inkomen aangemerkt, omdat eiseres niet aannemelijk maakte dat het om leningen ging. Verweerder mocht deze bedragen in mindering brengen op de bijstand en de boete daarop baseren. Wel was het benadelingsbedrag te hoog vastgesteld, waardoor de boete werd verlaagd.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en herroept de primaire besluiten, waarbij de bijstand werd aangepast met de kasstortingen en de terugvordering en boete werden verlaagd. Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.