ECLI:NL:CRVB:2017:541
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen herziening en terugvordering bijstand tijdens faillissement en schuldsanering
Appellante was failliet verklaard en viel vanaf juli 2010 onder een wettelijke schuldsaneringsregeling. Zij ontving bijstand als alleenstaande ouder, die werd gekort wegens inkomsten uit werkzaamheden. Het college herzag en vorderde bijstand terug vanwege vermeende hogere inkomsten dan gemeld.
De rechtbank Rotterdam verklaarde het bezwaar ongegrond, maar stelde motiveringsgebreken vast en vernietigde het besluit deels. De rechtbank oordeelde dat appellante haar inlichtingenverplichting had geschonden en dat het college terecht de bijstand had herzien en teruggevorderd, inclusief brutering van de vordering.
In hoger beroep stelde appellante dat zij vanwege het faillissement en de schuldsaneringsregeling niet over de inkomsten en heffingskortingen kon beschikken. De Raad oordeelde dat het college onvoldoende had onderzocht of appellante daadwerkelijk over alle inkomsten had kunnen beschikken, mede door onduidelijkheid over boedelbijdragen en het vrijgelaten bedrag.
De Raad vernietigde de uitspraak van de rechtbank voor zover de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand waren gelaten en bepaalde dat het college een nieuwe beslissing moet nemen. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van appellante.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep vernietigt de uitspraak van de rechtbank en draagt het college op een nieuwe beslissing te nemen over de herziening en terugvordering van bijstand.