ECLI:NL:RBOVE:2017:3883
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - meervoudig
- B.W.M. Hendriks
- C.C.S. Koppes
- P.M.F. Schreurs
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak van telen van hennep en diefstal van stroom in Swifterbant
De rechtbank Overijssel behandelde op 6 oktober 2017 de zaak tegen een 37-jarige verdachte die werd verdacht van het telen van ongeveer 480 hennepplanten en het stelen van stroom in Swifterbant op 10 maart 2014. De officier van justitie vorderde veroordeling, terwijl de verdediging vrijspraak bepleitte, met name op grond van het Vidgen-verweer tegen de verklaring van de belangrijkste getuige.
De rechtbank stelde vast dat de dagvaarding geldig was en dat zij bevoegd was de zaak te behandelen. Het bewijs tegen verdachte rustte voornamelijk op de verklaringen van een getuige die tevens verdachte was in de zaak, welke niet door de verdediging kon worden ondervraagd vanwege het verschoningsrecht van deze getuige. De rechtbank oordeelde dat deze verklaringen in beslissende mate waren voor de bewezenverklaring, maar onvoldoende steun vonden in andere bewijsmiddelen.
Gezien het ontbreken van voldoende wettig en overtuigend bewijs, en het feit dat de verdediging geen behoorlijke en effectieve mogelijkheid had om de getuige te ondervragen, sprak de rechtbank verdachte vrij van alle tenlastegelegde feiten. Ook de subsidiaire tenlastelegging van medeplichtigheid kon niet worden bewezen.
De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer bestaande uit drie rechters, waarbij de griffier niet in de gelegenheid was het vonnis mede te ondertekenen. De vrijspraak werd in het openbaar uitgesproken op 6 oktober 2017.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken van het telen van hennep en de diefstal van stroom wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs.