ECLI:NL:RBOVE:2017:4078
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - meervoudig
- T.J. Thurlings
- P.H. Banda
- W.R.H. Lutjes
- Rechtspraak.nl
Weigering maatwerkvoorziening Wmo 2015 bij aanspraak op Wlz-zorg bevestigd
Eiseres vroeg een maatwerkvoorziening individuele begeleiding en sociale begeleiding bij vervoer op grond van de Wmo 2015. Verweerder wees dit af omdat eiseres reeds een persoonsgebonden budget (pgb) op grond van de Wet langdurige zorg (Wlz) ontvangt, gebaseerd op artikel 2.3.5, zesde lid, Wmo 2015.
Eiseres voerde aan dat individuele begeleiding en begeleiding bij vervoer niet tot het domein van de Wlz behoren en dat verweerder daarom de maatwerkvoorziening niet had mogen weigeren. De rechtbank oordeelde echter dat de wetgever een duidelijke scheiding heeft aangebracht tussen aanspraken op de Wmo 2015 en de Wlz. Het enkele feit dat eiseres een pgb op grond van de Wlz ontvangt, maakt dat zij geen aanspraak kan maken op een maatwerkvoorziening Wmo 2015.
Verder stelde eiseres dat artikel 8.6a, sub b, Wmo 2015 van toepassing was, maar de rechtbank verwierp dit omdat eiseres niet in een instelling verblijft. Ook de stelling dat verweerder te laat had beslist en daardoor dwangsommen verschuldigd zou zijn, werd afgewezen omdat eiseres verweerder niet tijdig in gebreke had gesteld.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af. Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de maatwerkvoorziening Wmo 2015 is ongegrond verklaard.