ECLI:NL:RBOVE:2017:4378
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Boete van 500 euro wegens niet tijdig voldoen aan inburgeringsplicht bevestigd
Eiser kreeg een boete van €500 opgelegd wegens het niet binnen de gestelde termijn voldoen aan de inburgeringsplicht zoals bepaald in artikel 7 van Pro de Wet inburgering. Verweerder had het bezwaar van eiser ongegrond verklaard, waarna eiser beroep instelde bij de rechtbank Overijssel.
De rechtbank oordeelde dat eiser niet aannemelijk had gemaakt dat hem geen verwijt treft voor het niet behalen van het inburgeringsexamen binnen de termijn. De medische adviezen van de medisch adviseur, die geen belemmeringen zagen voor het volgen van onderwijs gedurende een aaneengesloten periode van drie maanden, werden als voldoende betrouwbaar beschouwd. De stelling van eiser dat zijn lichamelijke en psychische klachten onvoldoende waren meegewogen werd verworpen.
Verder werd geoordeeld dat eiser geen recht had op verlenging van de inburgeringstermijn wegens analfabetisme, aangezien hij het Arabische alfabet kende en geen alfabetiseringscursus volgde. De boete werd gematigd van het maximale bedrag van €1250 naar €500 vanwege het aantal gevolgde cursusuren, maar een verdere matiging werd niet gerechtvaardigd geacht. Ook het beroep op verminderde financiële draagkracht slaagde niet.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af. De uitspraak werd gedaan door rechter A. Oosterveld op 22 november 2017 in Zwolle.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de boete van €500 wegens het niet tijdig voldoen aan de inburgeringsplicht.