Uitspraak
Rechtbank Overijssel
1.Het onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.De vordering van de officier van justitie
4.De voorvragen
5.De beoordeling van het bewijs
- verdachte zich liet omringen door advocaten uit binnen- en buitenland, een notaris, bodyguards, chauffeurs en zich liet vervoeren in limousines. Daarnaast nodigde verdachte potentiële zakenpartners uit in skyboxen in de Arena te Amsterdam en het Gelredome te Arnhem. Verdachte wekte daardoor bij die potentiële zakenpartners de indruk een kapitaalkrachtige zakenman te zijn;
- verdachte door het tonen van financiële documenten die een aanzienlijke waarde zouden vertegenwoordigen, een bankgarantie van de Bank of Ireland voor een bedrag van 50 miljoen euro, een bankgarantie van de ABN AMRO voor een bedrag van 200 miljoen euro, een bankgarantie althans een financial guarantee van Allianz voor een bedrag van 40 miljoen Amerikaanse dollar en een bankgarantie van de Royal Bank of Scotland van 1 miljard euro, het vertrouwen wekte bij die potentiële zakenpartners daadwerkelijk over veel vermogen te kunnen beschikken, terwijl genoegzaam is komen vast te staan dat die documenten vals of vervalst waren. Verdachte heeft met MBB Clean Energy AG (verder: MBB) een overeenkomst gesloten, waarbij verdachte de verplichting op zich nam bonds (obligaties) met een totale nominale waarde van 500 miljoen euro te verkopen, tegen een provisie van 50 miljoen euro. Verdachte heeft niet aan zijn verplichting voldaan om deze bonds te verkopen, waardoor er geen betaling aan MBB heeft plaatsgehad van 450 miljoen euro. Daardoor zijn er meer obligaties uitgegeven dan er feitelijk zijn betaald, waardoor bij beleggers en pandnemers een positiever beeld kan zijn ontstaan omdat het geplaatste bedrag niet in verhouding staat tot de werkelijke opbrengst. Om deze reden is de handel in deze bonds op 5 juli 2014 stilgelegd en zijn de bonds niet meer te verhandelen, waardoor de waarde is gereduceerd tot nihil. Uit het vorenstaande blijkt dat deze waardereductie een rechtstreeks gevolg is van het handelen van verdachte. Verdachte heeft voor 95 miljoen euro aan bonds bij anderen in onderpand gegeven, wetende dat door niet nakoming van zijn verplichtingen in de richting van MBB deze bonds uiteindelijk niets meer waard zouden zijn, terwijl verdachte de schijn wekte richting die anderen dat deze bonds juist wel een waarde vertegenwoordigden;
- verdachte zich heeft voorgedaan als een investeerder in projecten van aanzienlijke omvang zoals een scheepswerf voor een bedrag van 165 miljoen euro, de bouw van een jacht ter waarde van 150 miljoen euro, een Broadway productie voor een bedrag van uiteindelijk ruim 17 miljoen euro, een verbouwing van een hotel voor een bedrag van 1,5 miljoen euro, de bouw van schepen voor bedragen van 16 miljoen en 39 miljoen en de aankoop van een grachtenpand in Amsterdam voor een bedrag van ruim 1 miljoen euro;
- verdachte na betalingsverplichtingen te zijn aangegaan (door investeringstoezeggingen, geldleningen, het afnemen van goederen en diensten, het aantrekken van personeel, het betrekken van woonruimtes) een patroon laat zien van het toezeggen van het doen van betalingen, terwijl verdachte op die momenten weet dat hij niet aan die toezeggingen kan voldoen en daardoor anderen langdurig aan het lijntje houdt. Daarnaast is uit het dossier en het verhandelde ter terechtzitting niet gebleken dat verdachte in de jaren dat hij in Nederland verbleef zelfs maar één betaling uit eigen middelen heeft gedaan. Voor zover er al betalingen door verdachte zijn verricht, zijn die betalingen geschied uit middelen van anderen, bijvoorbeeld door geldleningen.
6.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
7.De strafbaarheid van de verdachte
8.De op te leggen straf of maatregel
9.De schade van benadeelden
€ 33.946.329,00 (drieëndertig miljoen negenhonderdzesenveertig duizend driehonderdnegenentwintig euro), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd. Deze schade bestaat uit de volgende posten:
€ 1.596.356,62 (één miljoen vijfhonderdzesennegentig duizend driehonderdzesenvijftig euro en tweeënzestig eurocent), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd. Deze schade bestaat uit de volgende posten:
€ 364.716,21), inclusief de wettelijke rente vanaf de datum waarop het strafbare feit is gepleegd. Daarnaast zal de rechtbank verdachte veroordelen tot betaling van de kosten die de benadeelde partij zal maken voor de executie van dit vonnis.
10.De toegepaste wettelijke voorschriften
11.De beslissing
- verklaart bewezen, dat verdachte het onder 1, 2, 3 en 4 tenlastegelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;
- verklaart niet bewezen wat aan verdachte onder 1, 2, 3 en 4 meer of anders is tenlastegelegd en spreekt hem daarvan vrij;
- verklaart het bewezenverklaarde strafbaar;
- verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:
- veroordeelt verdachte tot een
- bepaalt dat de tijd die de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht;
schadevergoeding [slachtoffer 1]
- veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 1] van een bedrag van
- veroordeelt de verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;
- legt de
- bepaalt dat als veroordeelde heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als veroordeelde aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen;
- bepaalt dat de benadeelde partij [slachtoffer 1] , wonende te [adres 1] , voor het overige deel van haar vordering niet-ontvankelijk is in haar vordering, en dat de benadeelde partij de vordering voor dat deel slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;
- veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 2] / [hotel 1] B.V. van een bedrag van
- veroordeelt de verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;
- legt de
- bepaalt dat als veroordeelde heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als veroordeelde aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen;
- bepaalt dat de benadeelde partij [slachtoffer 2] / [hotel 1] B.V., gevestigd te Arnhem, voor het overige deel van de vordering niet-ontvankelijk is in zijn vordering, en dat de benadeelde partij de vordering voor dat deel slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;
- TBT Netherlands, gevestigd te Harderwijk, (alsmede de behandelaar van het faillissement mr. C.H. Strijkert) van een bedrag van
- veroordeelt de verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;
- legt de
- bepaalt dat als veroordeelde heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als veroordeelde aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen;
- veroordeelt de benadeelde partij tot betaling van de kosten die de verdachte heeft gemaakt voor rechtsbijstand met betrekking tot deze vordering. De rechtbank begroot die kosten op € 600,00 (twee punten tegen het kanton-liquidatietarief van € 300,00).