ECLI:NL:RBOVE:2018:1221
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering verlof op grond van Leerplichtwet wegens inadequate vakantieplanning
Eiser verzocht verlof voor zijn zoon van 23 tot en met 26 april 2018 vanwege een reeds geboekte vakantie. Verweerder, het Vechtdal College, wees dit verzoek af omdat geen sprake was van gewichtige omstandigheden zoals bedoeld in de Leerplichtwet. Eiser stelde dat de vakantieplanning inadequaat was doordat de meivakantie van zijn andere zoon op een andere school een andere periode besloeg, en dat dit een gewichtige omstandigheid vormde.
De rechtbank oordeelde dat een inadequate vakantieplanning niet kwalificeert als een gewichtige omstandigheid waarop verlof kan worden verleend. De beleidsregel en jurisprudentie sluiten verlof uit voor situaties waarin vakantieperiodes van verschillende kinderen binnen een gezin niet samenvallen. Eiser kon ook geen schending van het gelijkheidsbeginsel of vertrouwensbeginsel aantonen.
De rechtbank benadrukte dat de Leerplichtwet een verplichting tot schoolbezoek inhoudt en dat eiser had kunnen informeren naar vakantieperiodes voordat hij de vakantie boekte. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het besluit tot weigering van verlof gehandhaafd.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van verlof voor de vakantieperiode is ongegrond verklaard.