Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De bewijsoverwegingen
- Het proces-verbaal ter terechtzitting d.d. 12 april 2018, inhoudende de bekennende verklaring van verdachte;
- Het proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 12 januari 2017, inhoudende de bekennende verklaring van verdachte
5.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder Pro C van de Opiumwet gegeven verbod,gepleegd in de uitoefening van een beroep of bedrijf, terwijl het feit betrekking heeft op een grote hoeveelheid van het middel.
6.De strafbaarheid van verdachte
7.De op te leggen straf of maatregel
8.De toegepaste wettelijke voorschriften
9.De beslissing
medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder Pro C van de Opiumwet gegeven verbod, gepleegd in de uitoefening van een beroep of bedrijf, terwijl het feit betrekking heeft op een grote hoeveelheid van het middel;
€ 15.000,-, (zegge: vijftienduizend euro) bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 110 dagen;
€ 7.500,--(zevenduizend vijfhonderd euro), te vervangen door 72 dagen hechtenis,
niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten. De rechter kan de tenuitvoerlegging gelasten indien verdachte voor het einde van de
proeftijd van 1 (één) jaarde navolgende voorwaarde niet is nagekomen:
algemene voorwaardedat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit.