Uitspraak
Procesverloop
Onderzoek van de zaak
Tenlastelegging
Vonnis waarvan beroep
Ontvankelijkheid Openbaar Ministerie in de vervolging
Bewezenverklaring
Bewijsmiddelen
- de bekennende verklaring van de verdachte zoals afgelegd ter terechtzitting in hoger beroep van 15 mei 2023;
- een proces-verbaal van bevindingen van 17 april 2018, in de wettelijke vorm opgemaakt door een bevoegde opsporingsambtenaar (politiedossier pagina’s 23 en 24);
- een proces-verbaal van bevindingen van 17 april 2018, in de wettelijke vorm opgemaakt door bevoegde opsporingsambtenaren (politiedossier pagina’s 30 t/m 32).
Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Strafbaarheid van de verdachte
Toepassing artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht
BESLISSING
Hoe luidde ten tijde van het tenlastegelegde het opsporings- en vervolgingsbeleid ten aanzien van bonafide coffeeshophouders wat betreft het (opzettelijk) aanwezig hebben van een handelsvoorraad softdrugs ter aanvulling van hetgeen in de coffeeshop is verkocht?
Kan het Openbaar Ministerie gegevens overleggen over de gevallen waarin feitelijk tot opsporing, en daarna ook tot vervolging is overgegaan van bonafide coffeeshophouders voor enkel het aanwezig hebben van een voorraad zoals hiervoor bedoeld? In het verlengde daarvan: kan het
Kan het Openbaar Ministerie inzicht geven in de afwegingen die worden gemaakt bij het beslissen over onderscheidenlijk opsporing en vervolging van bonafide coffeeshophouders ter zake van het aanwezig hebben van een voorraad zoals hiervoor bedoeld?
Is er een specifiek doel dat met die opsporing en met een eventueel daarop volgende vervolging wordt nagestreefd, mede gezien de rechtspraak over de toepassing van artikel 9a Sr in dit soort situaties?
In hoeverre en op welke wijze wordt in de afwegingen ten aanzien van opsporing en in de afwegingen ten aanzien van vervolging betrokken dat wordt voorkomen dat de daarmee belaste autoriteiten op oneigenlijke gronden, door dubieuze tipgevers daartoe aangezet, tot handelen overgaan, waarbij op verschillende individuele rechten inbreuk wordt gemaakt?
Op welke wijze spelen overwegingen betreffende de proportionaliteit en de subsidiariteit van het opsporings- en vervolgingsoptreden bij de omtrent dat optreden gemaakte keuzes een rol?
Hoe luidde ten tijde van het tenlastegelegde het opsporings- en vervolgingsbeleid ten aanzien van bonafide coffeeshophouders wat betreft het (opzettelijk) aanwezig hebben van een handelsvoorraad softdrugs ter aanvulling van hetgeen in de coffeeshop is verkocht?
Kan het Openbaar Ministerie gegevens overleggen over de gevallen waarin feitelijk tot opsporing, en daarna ook tot vervolging is overgegaan van bonafide coffeeshophouders voor enkel het aanwezig hebben van een voorraad zoals hiervoor bedoeld? In het verlengde daarvan: kan het Openbaar Ministerie gegevens overleggen over de gevallen waarin niet tot opsporing en vervolging is overgegaan?
kandoor de beoordelaar aan een feit worden gekoppeld om, naast het wetsartikel, aanvullende informatie te verschaffen. Het dient voornamelijk voor informatiedoeleinden en helpt bij het analyseren van zaakstromen. Een vergelijkbaar label wordt bijvoorbeeld gebruikt bij zaken met betrekking tot huiselijk geweld. Huiselijk geweld is niet als zodanig strafbaar gesteld in het Wetboek van Strafrecht. De verdachte zal doorgaans voor mishandeling worden vervolgd. Met dit aanvullende label kan de Fact Factory zien dat het om een huiselijke geweldzaak gaat. Van de Fact Factory heb ik begrepen dat het MC-label bij strafzaken tegen coffeeshophouders zeer spaarzaam wordt toegepast.
Kan het Openbaar Ministerie inzicht geven in de afwegingen die worden gemaakt bij het beslissen over onderscheidenlijk opsporing en vervolging van bonafide coffeeshophouders ter zake van het aanwezig hebben van een voorraad zoals hiervoor bedoeld?
Is er een specifiek doel dat met die opsporing en met een eventueel daarop volgende vervolging wordt nagestreefd, mede gezien de rechtspraak over de toepassing van artikel 9a Sr in dit soort situaties?
In hoeverre en op welke wijze wordt in de afwegingen ten aanzien van opsporing en in de afwegingen ten aanzien van vervolging betrokken dat wordt voorkomen dat de daarmee belaste autoriteiten op oneigenlijke gronden, door dubieuze tipgevers daartoe aangezet, tot handelen overgaan, waarbij op verschillende individuele rechten inbreuk wordt gemaakt?
Op welke wijze spelen overwegingen betreffende de proportionaliteit en de subsidiariteit van het opsporings- en vervolgingsoptreden bij de omtrent dat optreden gemaakte keuzes een rol?