ECLI:NL:RBOVE:2018:2061
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens ontbreken opzet bij onjuiste aangifte kansspelbelasting
De rechtbank Overijssel behandelde de zaak van een 44-jarige man die werd verdacht van het opzettelijk onjuist doen van aangiften kansspelbelasting namens zijn bedrijf dat kansspelautomaten verhuurde en een speelhal exploiteerde. De aangiften betroffen diverse periodes tussen 2009 en 2012. De officier van justitie stelde dat verdachte samen met anderen leiding gaf aan het doen van onjuiste aangiften, waardoor te weinig belasting werd betaald.
Tijdens de terechtzitting gaf de verdediging aan dat verdachte handelde op basis van deskundig advies van een advocaat en een accountant, die hem hadden geïnformeerd over de fiscale gevolgen van de kansspelbelasting na wetswijzigingen in 2008. Verdachte was niet juridisch onderlegd en vertrouwde op deze adviezen. De rechtbank stelde vast dat verdachte redelijkerwijs mocht menen dat de ingediende aangiften juist waren, mede omdat er geen schriftelijke voorbehouden waren en de boekhouders dit standpunt ondersteunden.
De rechtbank oordeelde dat opzet, vereist voor strafbaarheid, niet was bewezen. Ook een brief van de Belastingdienst waarin werd gewezen op discussie over de aangiften, werd gezien als onderdeel van een lopend debat en niet als bewijs van onjuistheid. Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van de tenlastelegging. Tevens werd de administratie aan verdachte teruggegeven omdat deze niet vatbaar was voor verbeurdverklaring.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens ontbreken van opzet bij het doen van onjuiste aangiften kansspelbelasting.