ECLI:NL:RBOVE:2018:2066
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs feitelijke leiding bij onjuiste kansspelbelastingaangiften
De rechtbank Overijssel behandelde op 11 juni 2018 de zaak tegen een 73-jarige vrouw die werd verdacht van het opzettelijk onjuist doen van kansspelbelastingaangiften namens haar bedrijf dat kansspelautomaten verhuurde en een speelhal exploiteerde.
De tenlastelegging betrof het onjuist en onvolledig doen van aangiften kansspelbelasting over de periode augustus 2013 tot en met december 2014, waardoor te weinig belasting werd betaald. Verdachte stond op papier als bestuurder en aandeelhouder van het Duitse bedrijf [bedrijf 1] GmbH, dat de kansspelautomaten verhuurde aan een Nederlandse vennootschap [bedrijf 2].
De rechtbank heeft vastgesteld dat verdachte feitelijk alleen leiding gaf aan de speelhal in Duitsland en niet betrokken was bij de fiscale advisering of besluitvorming over de kansspelbelastingaangiften in Nederland. De verdediging voerde aan dat verdachte geen opzet had en slechts op papier bestuurder was. De rechtbank oordeelde dat niet is bewezen dat verdachte feitelijke leiding of opdracht heeft gegeven aan de strafbare gedragingen en sprak haar vrij.
De zaak illustreert het belang van het onderscheid tussen formeel bestuurderschap en feitelijke leiding bij fiscale strafzaken. De rechtbank liet de vraag of de aangiften onjuist waren onbesproken, omdat het ontbreekt aan bewijs van betrokkenheid van verdachte bij de onjuiste aangiften.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken omdat niet is bewezen dat zij feitelijk leiding gaf aan de onjuiste kansspelbelastingaangiften.