Eiser exploiteert sinds 2015 een kinderdagopvang met maximaal 10 kindplaatsen en vroeg om uitbreiding naar 24 plaatsen. Verweerder weigerde de omgevingsvergunning vanwege overschrijding van geluidsnormen, strijd met het bestemmingsplan en het woon- en leefklimaat. Eiser maakte bezwaar en stelde beroep in.
De rechtbank oordeelt dat het perceel binnen een woonbestemming ligt en de uitbreiding in strijd is met het bestemmingsplan. Verweerder kan alleen afwijken als dit past binnen een goede ruimtelijke ordening. Het geschil spitst zich toe op de beoordeling van het stemgeluid van spelende kinderen en de gehanteerde akoestische uitgangspunten.
Verweerder ging uit van een worst case scenario met een bronvermogen van 110 dB(A) en metingen op de eerste verdieping, terwijl het akoestisch rapport van de deskundige uitging van 103 dB(A) en 1,5 meter hoogte. De rechtbank vindt dat verweerder onvoldoende heeft gemotiveerd waarom afwijkend van eerdere vergelijkbare gevallen strengere uitgangspunten gelden.
De rechtbank stelt dat het besluit in strijd is met het zorgvuldigheidsbeginsel, motiveringsbeginsel en verbod van willekeur. Het beroep wordt gegrond verklaard, het besluit vernietigd en verweerder opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.