ECLI:NL:RBOVE:2018:2495
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering toepassing remplaçantenregeling bij onderbezetting onredelijk verklaard
Eiser verzocht op 1 september 2016 om toepassing van de remplaçantenregeling (artikel 55aa oud Barp), welke hem door verweerder werd geweigerd op grond van een gedragslijn die vereist dat er geen over- of onderbezetting mag zijn om in aanmerking te komen.
De rechtbank oordeelt dat verweerder ten onrechte is uitgegaan van de situatie op het moment van het besluit op bezwaar (overbezetting), terwijl de situatie bij het indienen van het verzoek (onderbezetting) bepalend had moeten zijn. De gedragslijn die ook onderbezetting uitsluit acht de rechtbank onredelijk en strijdig met de nota van toelichting bij het Barp.
De rechtbank vernietigt het bestreden besluit, draagt verweerder op een nieuw besluit te nemen binnen zes weken na afloop van de beroepsmogelijkheden, en veroordeelt verweerder tot vergoeding van griffierecht en proceskosten. De uitspraak benadrukt dat de remplaçantenregeling in de praktijk nauwelijks wordt toegepast door de restrictieve interpretatie van verweerder.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd wegens onredelijke toepassing van de remplaçantenregeling.