Betrokkene, werkzaam als operationeel expert beveiliging binnen een politie-eenheid, diende op 1 september 2016 een aanvraag in om ontheffing van werkzaamheden op grond van artikel 55aa van het Besluit algemene rechtspositie politie (Barp).
De korpschef wees de aanvraag af wegens overbezetting van 1,58 fte op de peildatum 1 juni 2017. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en vernietigde het besluit, omdat volgens haar de korpschef had moeten uitgaan van de situatie op het moment van het indienen van het verzoek, toen sprake was van onderbezetting.
In hoger beroep oordeelt de Centrale Raad van Beroep dat de korpschef beoordelingsvrijheid heeft en dat het gebruik van de peildatum 1 juni 2017 gerechtvaardigd is om gelijke behandeling van aanvragen te waarborgen. De Raad stelt dat de korpschef niet onredelijk heeft gehandeld bij de afwijzing van de aanvraag. De aangevallen uitspraak wordt vernietigd en het beroep van betrokkene wordt ongegrond verklaard.
De Raad benadrukt dat de beoordeling van de aanvraag moet plaatsvinden op basis van de situatie op de peildatum en dat de overbezetting binnen de eenheid als geheel is beoordeeld, niet per locatie. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.