ECLI:NL:RBOVE:2018:2571
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid ontnemingsvordering na vrijspraak hoofdzaak faillissementsfraude
De rechtbank Overijssel behandelde een ontnemingsvordering van het Openbaar Ministerie tegen betrokkene, die leiding gaf aan het failliete vastgoedbedrijf Eurocommerce. Hoewel betrokkene in de hoofdzaak van faillissementsfraude volledig werd vrijgesproken, vorderde het OM betaling van wederrechtelijk verkregen voordeel.
De procedure omvatte meerdere zittingen tussen 2015 en 2018, waarbij het OM het oorspronkelijke bedrag van €5.250.000,-- terugbracht tot €2.740.000,-- subsidiair €740.000,--. De verdediging beriep zich op het Geeringsarrest van het EHRM, stellende dat ontneming niet mogelijk is bij vrijspraak in de hoofdzaak.
De rechtbank oordeelde dat op grond van artikel 36e Sr en het wettelijke systeem, waaronder artikel 511e en 348 Sv, het ontbreken van een veroordeling de ontvankelijkheid van een ontnemingsvordering in de weg staat. Gelet op de vrijspraak in de hoofdzaak verklaarde de rechtbank het OM niet-ontvankelijk in de ontnemingsvordering. Verhaal op vermogensbestanddelen is slechts mogelijk in de executiefase van een veroordeling van een ander, mits aan wettelijke voorwaarden is voldaan.
Uitkomst: Het Openbaar Ministerie is niet-ontvankelijk verklaard in de ontnemingsvordering wegens vrijspraak in de hoofdzaak.