ECLI:NL:RBOVE:2018:2572
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid ontnemingsvordering na vrijspraak faillissementsfraude
De rechtbank Overijssel behandelde een ontnemingsvordering van het Openbaar Ministerie tegen betrokkene, die leiding gaf aan het failliete vastgoedbedrijf Eurocommerce. Hoewel betrokkene in de hoofdzaak van faillissementsfraude volledig werd vrijgesproken, vorderde het OM betaling van wederrechtelijk verkregen voordeel. De vordering betrof miljoenen euro's die volgens het OM uit misdrijven waren verkregen.
De procedure kende meerdere zittingen tussen 2015 en 2018, waarbij het OM zijn vordering aanpaste en de verdediging zich beriep op het Geeringsarrest van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens. Dit arrest stelt dat ontneming niet mogelijk is bij vrijspraak in de hoofdzaak. Het OM stelde dat ontneming toch mogelijk is bij illegaal verkregen vermogen, ook zonder veroordeling.
De rechtbank oordeelde dat volgens de wettelijke systematiek en jurisprudentie het ontbreken van een veroordeling de ontvankelijkheid van een ontnemingsvordering in de weg staat. Daarom werd het OM niet-ontvankelijk verklaard. De rechtbank benadrukte dat verhaal op vermogensbestanddelen alleen in de executiefase van een toegewezen ontnemingsvordering mogelijk is onder strikte voorwaarden.
De uitspraak bevestigt de bescherming van verdachten tegen ontnemingsvorderingen zonder veroordeling en verduidelijkt de toepassing van het Geeringsarrest in het Nederlandse strafprocesrecht.
Uitkomst: Het Openbaar Ministerie is niet-ontvankelijk verklaard in de ontnemingsvordering wegens vrijspraak in de hoofdzaak.