ECLI:NL:RBOVE:2018:3061
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bevoegdheid invordering WAO-vordering na overdracht aan deurwaarder
Eiser had een terugvordering van een WAO-uitkering en voldeed niet aan de betalingsverplichtingen, waardoor verweerder de invordering aan een incassobureau en later aan een gerechtsdeurwaarder overdroeg. Eiser verzocht om een herbeoordeling van zijn aflossingscapaciteit, maar verweerder stelde dat vanaf de overdracht aan de deurwaarder de civielrechtelijke regels gelden en hij niet langer bevoegd is tot herbeoordeling.
De rechtbank stelt vast dat de terugvordering vaststaat en dat het geschil zich richt op de vraag of de brief van verweerder van 22 november 2017 als een besluit in de zin van de Awb moet worden aangemerkt. De rechtbank oordeelt dat dit niet het geval is en dat de deurwaarder bevoegd is de aflossingscapaciteit vast te stellen volgens het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.
Daarmee is de brief van verweerder een feitelijke handeling en niet vatbaar voor bezwaar. Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard. De rechtbank volgt hiermee het standpunt van verweerder dat na overdracht aan de deurwaarder de bestuursrechtelijke bepalingen niet meer van toepassing zijn.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard omdat de deurwaarder bevoegd is tot vaststelling van de aflossingscapaciteit na overdracht van de invordering.