Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiseres] , te [woonplaats] , eiseres,
het college van burgemeester en wethouders van Steenwijkerland, verweerder.
Procesverloop
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
Overwegingen
“Langs de westelijke perceelsgrens is een hek en langs de oostelijke perceelsgrens een heg aanwezig. De feitelijk resterende breedte van het perceel is daardoor ongeveer een meter minder dan de breedte van het kadastrale perceel volgens de bouwtekening. Het college heeft hieraan echter terecht geen betekenis toegekend voor de vraag of het bouwplan in overeenstemming met artikel 3.3.2 van de planregels is. De enkele aanwezigheid van objecten die behoren bij de aangrenzende percelen en die in afwijking van de kadastrale grenzen zijn geplaatst, maakt niet dat het kadastrale perceel niet langer als de actuele situatie heeft te gelden.”