ECLI:NL:RBOVE:2018:3302
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond verklaard tegen weigering IVA-uitkering wegens niet meewerken werknemer
De werkgever heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het UWV om de loongerelateerde WGA-uitkering van de werknemer per 8 december 2016 te beëindigen en haar een WGA-loonaanvullingsuitkering toe te kennen. Na een eerdere uitspraak waarbij het bezwaarbesluit werd vernietigd, heeft het UWV een nieuw besluit genomen dat het bezwaar wederom ongegrond verklaart. De rechtbank heeft het onderzoek ter zitting op 14 juni 2018 behandeld.
De kern van het geschil betreft de vraag of er een meer dan geringe kans op verbetering van de arbeidsongeschiktheid van de werknemer bestaat. Het UWV kon geen psychiatrische expertise laten verrichten omdat de werknemer niet wilde meewerken. Volgens de verzekeringsarts bezwaar en beroep is het medisch niet te verklaren dat de werknemer niet meewerkt, en mag van haar medewerking worden verwacht. De arts-gemachtigde van de werkgever betwist dit en stelt dat de inschatting van herstelkansen onvoldoende is onderbouwd.
De rechtbank oordeelt dat het niet meewerken van de werknemer voor risico van de werkgever komt, die het verzoek tot herbeoordeling heeft gedaan. Gezien de medewerkingsplicht van de werknemer en de wettelijke bevoegdheden van de werkgever als eigenrisicodrager, kan niet worden vastgesteld dat de werknemer recht heeft op een IVA-uitkering. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en een proceskostenveroordeling wordt niet opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van de werkgever wordt ongegrond verklaard en de weigering van de IVA-uitkering aan de werknemer blijft in stand.