De rechtbank Overijssel behandelde de zaak tegen verdachte die werd verdacht van medeplegen van witwassen en opzetheling van een bedrag van 100.210 euro, afkomstig uit een oplichting.
Uit het onderzoek bleek dat verdachte als 'geldkoerier' optrad en bewust de aanmerkelijke kans aanvaardde dat het geld uit een misdrijf kwam. Hij ontving het bedrag in kleine coupures nadat het slachtoffer was opgelicht met valse biljetten van 500 euro.
De rechtbank achtte bewezen dat verdachte het geldbedrag verwierf en voorhanden had, wetende dat het uit een misdrijf afkomstig was. Echter, omdat het geld uit zijn eigen misdrijf (medeplegen van oplichting) kwam, kon het niet als witwassen worden gekwalificeerd.
Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van heling en ontsloeg hem van alle rechtsvervolging voor witwassen. De strafbaarheid van het bewezenverklaarde werd verworpen vanwege de kwalificatie-uitsluitingsgrond uit de jurisprudentie.